Onze Facebook pagina
’Ja, dat zou ik ook wel willen weten,‘ riep Krelis haar na. ’Er wordt gefluisterd dat er meer is tussen jou en Dries dan je mij verteld. Pas maar op meisje, voor je het weet praten de mensen over jou en Dries. Ik weet niet of hij de juiste partij is voor je. Dries is een goede vent maar wij zijn maar van gewone afkomst, vergeet dat niet.’
Met een rood hoofd, en dat kwam niet alleen van het terug zetten van de grote inmaakpot, kwam Anna de kelder uit.
’Ik ben oud genoeg om daar zelf over te beslissen. Ik ben geen klein kind meer vader, vergeet dat niet. Ik heb de leeftijd om te trouwen en als Dries mij een goede partij vind heb ik lak aan een ieder die er anders over denkt.’
‘Nou, nou,‘ zei Krelis, ‘je reageert nog al fel, wacht nu eerst maar eens af je weet niet eens hoe Dries er over denkt.’
‘Dat weet ik wel,‘ zei Anna heftig, ‘toen Dries vertrok heeft hij mij gekust bij het afscheid en gezegd dat hij van mij hield.’
Krelis keek haar verwonderd aan. Hier had hij niet op gerekend, plots bezag hij Anna met heel andere ogen. Zijn gedachten gingen terug naar zijn eigen jeugd. Hij zag zich zelf weer als jonge vent en hoe de moeder van Anna eens op een middag bij zijn boer het erf op kwam en hem in tranen vertelde dat zij niet zonder hem kon. Nu zag hij Anna hier staan met vlammende, groene, ogen. Precies zo als haar moeder hem had aangekeken.
’Nou, we zullen het wel zien als Dries thuis komt,‘ bromde Krelis en ging de woonkeuken in om de snoek schoon te maken.

Die avond zat Anna een paar sokken te verstellen en Krelis rookte een pijp toen er op de gangdeur werd geklopt.
‘Wie komt er zo laat nog langs,’ zei Krelis terwijl hij opstond om te kijken wie er aan de deur was.
‘Goedenavond boer,’ klonk het van uit de gang nadat Krelis de keukendeur had geopend.
’Neemt U het mij niet kwalijk dat ik zo laat nog langs kom maar men heeft mij verzekerd dat ik hier altijd een warm plaatsje kon vinden voor de nacht’.
Krelis die een lantaarn mee de gang in nam, liet het licht op het gelaat van de onbekende bezoeker schijnen.
’Dat weet ik nog niet man, ik zal toch eerst moeten weten wie je bent en wie je gestuurd heeft, ‘zei Krelis.
‘Dat begrijp ik Krelis,‘ zei de man en wijzend naar Anna, ‘en jij bent natuurlijk Anna, jij zou het ook wel graag willen weten zeker?’
Verwonderd keek Anna op van haar verstelwerk waar ze mee bezig was. Ze had de eerste woorden van de man niet verstaan dus toen ze aangesproken werd door de haar onbekende man was ze erg verbaasd.
‘Neem mij niet kwalijk man, maar vertel mij eerst eens wie je bent,‘ zei ze.
‘Ik geloof dat de boerderij hier bevolkt is met wantrouwige mensen. Binnen een tel vragen twee mensen wie ik ben. Als ik een stoel krijg zodat ik mijn moede benen rust kan geven dan zal ik het jullie vertellen,‘ zei de man die verder de keuken in liep en ongevraagd op de stoel van Krelis plaats nam.
’Ik zie dat je een ketel soep boven het vuur hebt hangen en Dries had mij verteld dat jij een goede soep kon brouwen dus ik zou zeggen, schep maar op.’’
Bij het horen van die naam voelde Anna een warme blos op haar wangen komen.
‘Heb je nieuws van Dries? Ben je door hem gestuurd? Hoe is het met hem en waar is hij nu?’ vroeg ze in een adem en ging naast de man staan.
‘Nou, nou, wat ben jij nieuwsgierig naar Dries. Jij kunt in een adem meer vragen stellen dan ik in de tijd dat ik een kom soep eet kan beantwoorden,‘ lachte de man.
‘Vooruit Anna,‘ zei Krelis, ‘het is goed volk dat begrijp je nu wel. Geef de man eerst een kom soep, er blijft genoeg over voor Janus. Hij zal zo ook wel komen.’
Vlug haalde Anna een lepel en een kom en schepte die vol met soep.
’Hier, eet gauw op en vertel me dan waar Dries is,’ zei ze. De beide mannen schoten in de lach. Het was voor hen wel duidelijk. Anna zou niets meer voor de mannen doen voor ze nieuws had vernomen van Dries. Terwijl de man zich te goed deed aan de soep vertelde hij wie hij was en wat hij kwam doen.
‘Ik ben Berent en ik heb Dries ontmoet in de Betuwe.’ vertelde hij, ‘Dries is nu in Gorkum en ik ben onderweg naar Dordrecht om voor hem wat uit te zoeken.’ Tussen twee happen soep door keek hij Anna glimlachend aan.
‘Ik kan het nu wel begrijpen waarom Dries het altijd over jou spreekt als hij vertelt over wat zich hier de laatste maanden heeft afgespeeld,‘ zei Berent en knipoogde naar Krelis.
’Ik verwonderde mij iedere keer weer waarom hij het steeds maar over Anna had maar nu ik haar gezien heb begrijp ik het, die kerel is smoorverliefd.’
‘Laat dat onderwerp rusten, Berent, daar hebben wij het deze middag al over gehad, ‘zei Krelis. ’Vertel ons liever verder wat je plannen zijn. Dries is niet iemand die aan de eerste de beste voorbijganger vertelt wat er hier is gebeurd. Je zit hier nu gezellig soep te eten maar we weten nog niet veel van je.’
Nadat Berent ook nog enkele sneden zelfgebakken roggebrood dik belegd met ham had opgegeten die Anna voor hem had gereed gemaakt vertelde hij waar hij Dries had ontmoet en hoe zijn meester hem met Dries had meegestuurd om te proberen er achter te komen waar de zogenaamde marskramer gebleven was. Hij vertelde dat deze waarschijnlijk opgesloten zit in Dordrecht.
Omdat Janus was thuis gekomen stokte het gesprek. Berent had niet alles verteld wat hij wist en probeerde zoveel als mogelijk het gezin er buiten te houden. Hij was zich ervan bewust dat in deze onzekere tijd zelfs de muren oren leken te hebben.
‘Krelis, er is voor mij wel ergens een plaatsje waar ik kan slapen vannacht?’ vroeg hij toen Janus aanstalten maakte om naar de zolder te gaan.
‘Je kunt bij Janus slapen, daar is nog een bedstee over. We weten nu dat Dries vanavond niet thuis komt,‘ antwoordde Krelis. ’Loop maar gelijk mee naar boven, Janus wijst je wel de weg.’
Die avond kon Anna slecht in slaap komen. Ze had zo veel om over na te denken. Er was in de laatste weken zoveel gebeurd. Van eenvoudige stoepmeid die werkte van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds erg laat bestierde ze nu het huishouden van een van de grootste boerderijen in de Alblasserwaard. Samen met haar vader die een maand geleden nog op maandag niet wist of hij op zaterdag nog iets te eten thuis kon brengen. Zij, Anna, was in de afgelopen weken nadat vader door Wout was weggestuurd de enige die wat geld wist te verdienen. Maar ze had op haar knieën voor de boer moeten bedelen om een voorschot op haar loon omdat haar vader zonder werk, dus zonder inkomsten was gekomen. Nu leek alles ten goede te zijn gekeerd. Haar gedachten gingen terug naar deze avond en ze verwonderde zich over het feit dat Berent veel verteld had maar eigenlijk weinig informatie had gegeven over waar hij vandaan kwam, wie zijn heer was, en wat de plannen van Dries en van hem waren voor de komende dagen.
Haar laatste gedachten voordat ze in een diepe slaap viel waren bij Dries die misschien morgen weer terug zou zijn.

Volgende hoofdstuk                    Hoofdstukken