Het was de volgende morgen dat de vier vrienden elkaar weer spraken. Na hun bezoek bij de schout waren ze teleurgesteld weer naar de Hogendijk gegaan. Riens was thuis direct de stoep afgelopen en ook Janus was naar zijn ouderlijk huis gegaan. Dries had hen die middag na het bezoek aan het gezin van Krelis verteld van de plannen die hij en Anna hadden gemaakt. Berent had geknipoogd en Janus had hem met een brede grijs op zijn gezicht welkom geheten in zijn familie en Riens had hem zijn hand toegestoken en gezegd dat hij een beste keus had gemaakt.
Nu zaten ze weer rond de tafel waar Anna een schotel met brood op had gezet, dik beboterd en belegd met plakken ham.
‘Het is mij gisteren tegengevallen,’ zei Dries. ’Ik had er meer van verwacht. Als je het goed bekijkt is nu alles voor niets geweest. We hebben Juan niet te pakken gekregen, de marskramer is vrolijk fluitend onderweg naar Brussel en Don Franca is nog even ver van ons verwijderd als een week geleden. Wat zijn we opgeschoten? We hebben de pastoor in een kelder zitten die goed beschouwd ook niets heeft in te brengen in de ontwikkelingen in Holland. Ik kan mij niet indenken dat de edelen van hem iets hebben te duchten. De schout zal ook geen rare dingen meer overhoop halen nu hij weet dat er op hem wordt gelet.’
Berent viel hem hier in de reden. ’Ben je nu niet wat terneergeslagen Dries? We zijn maandag van Zaltbommel deze richting op gekomen zonder dat we enig idee hadden waar we informatie vandaan konden krijgen. We hadden een vaag plan de marskramer te bevrijden om van hem informatie te ontfutselen. Nu weten we hoe of de moord is gepleegd en door wie. Juan la Vrestra kan geen onrust meer zaaien onder de bevolking en we weten dat we bij de pastoor van Gorkum meer informatie kunnen inwinnen. Probeer de situatie eens positief te bekijken. Ook mijn opdrachtgever de heer van Savenhent weet nu wat hem te wachten staat vanaf deze kant. Ik denk dat we ons moeten opmaken om naar Brussel te gaan en daar Don Franca te pakken zien te krijgen. Misschien kunnen we de kramer nog inhalen Hij rekent er niet op dat hij wordt achtervolgd en we weten dat hij ook op weg is naar Brussel’
Janus trommelde met zijn vingers op het tafelblad, Riens keek stuurs voor zich uit en Anna, die koolrapen stond schoon te maken in de pompbak van de keuken, hield haar handen stil in afwachting van de reactie van Dries.
‘Dat is dan ook het enige lichtpuntje dat ik kan ontdekken in dit hele verhaal. Maar wordt het geen zoeken naar een speld in een hooiberg? Ik kan mij niet voorstellen dat we de man terugvinden op de lange weg tussen Dordrecht en Brussel. Als de kramer maar een uurtje ligt te slapen in een hooiberg kunnen we hem al mis rijden en hebben we helemaal geen houvast om bij Don Franca te komen. Je weet wat de opdracht is van de heer van Brederode, uitzoeken wie de mensen zijn die naar onze Waard gestuurd zijn om onrust te zaaien. Hij noemde toen de naam van Juan la Vrestra en die is nu uitgeschakeld. Maar verwacht niet dat zijn verdwijning zonder gevolgen zal blijven In een week of drie is dit bekend in Brussel en zullen de Spanjaarden maatregelen treffen om hem te zoeken en eventueel te vervangen. Ik denk dat we ons voordeel moeten doen met het feit dat wij meer weten dan onze tegenstanders. We moeten er eens goed over nadenken voor we overhaastte beslissingen nemen door bijvoorbeeld direct naar Brussel af te reizen.’
Hierbij keek hij zijn vrienden eens aan. Berent knikte instemmend en ook Janus gaf blijk van instemming.
’Ik denk ook dat we eerst moeten zorgen dat het hier in Giessendam weer rustig wordt. De pastoor moet eerst goed bang gemaakt worden, de schout kan wat mij betreft ook nog wel een portie angst worden toegezonden in de vorm van een brief zodat deze twee de bevolking en speciaal de Hogendijk met rust laten,’ zei Janus die zich eens flink uitrekte.
’Je hebt inderdaad gelijk Berent, we moeten positief blijven denken en zo als Dries zegt ons houden aan de opdracht van Hendrik van Brederode.’
‘Mogelijk moeten we ons opsplitsen,’ zei Riens, ‘een deel houdt zich bezig in het dorp en de anderen gaan op onderzoek uit. We zijn met vijf, zes mensen die van deze opdracht afweten, die weten van de verdwijning van Juan, van de angst van de schout en van de pastoor. Laten we eens kijken of we een indeling kunnen maken. Krelis en Anna blijven hier op de stee, Berent die goed bekend is in Gorkum zou met Dries naar de pastoor kunnen gaan en om deze eens goed aan de tand te voelen. Berent heeft nu al tweemaal een tegenstander een verhoor afgenomen en met succes, zonder de man met een vinger aan te raken, hij heeft al goede ervaring.’
Hier schoot Berent in de lach. ’Ik zie nog het gezicht van de vrouw van de schout voor me toen Dries, zonder dat we wat afgesproken hadden de pook uit het vuur haalde en deze langs de echtlieden heen die benauwd aan de tafel zaten in de emmer water afkoelde. De schout zakte als een zoutzak in elkaar en vertelde alles wat we maar weten wilden.’
Nogmaals bespraken de vrienden hun avontuur bij de schout en diens vrouw. Anna, die slechts delen ervan gehoord had van Janus toen ze die morgen naar de stee liepen, kon de angst van de vrouw best begrijpen.
’Ik denk dat het niet onverstandig is om ze snel een brief te laten bezorgen waarin jullie hen verzekeren niets openbaar te maken. Als ze er vandoor gaan zoals zij had geopperd moet je maar afwachten wie je hier terugkrijgt als schout,’ zei ze. ’Ik denk ook dat jullie de heer van Savenhent moeten inlichten over de gebeurtenissen van de afgelopen dagen zodat hij wellicht kan overleggen met van Brederode in Brussel.’
Dries ging naar de opkamer en kwam terug met het schrijfgerei. Hij zette zich aan tafel met een vel papier en vroeg de jongens hun ideeën stuk voor stuk kenbaar te maken. Zo lag er na een uur een heldere en klare lijst voor hen waarop alle punten stonden die ze moesten en wilden afwerken.
Als eerste punt stond er geschreven dat Krelis en Anna op de boerderij zouden blijven en het werk zouden verrichten dat toch moest worden gedaan op een hofstee. Willem, de andere knecht zou hierbij helpen en Anna zou hulp krijgen van twee werkmeiden in de kaasmakerij. Als er berichten waren moesten die altijd via de boerderij lopen. Voorgesteld werd om te proberen zeker eenmaal per week een brief te laten bezorgen waarin verslag werd gedaan van hun voortgang.
Een tweede punt was dat de pastoor diezelfde dag nog moest worden vrijgelaten nadat hij geblinddoekt en in het duister in de polder zou zijn gebracht.
Als derde moesten ze onderzoeken of er mogelijkheden zouden zijn de pastoor in Gorkum te ondervragen.
Het volgende punt dat Dries moest opschrijven werd aangegeven door Riens, ze moesten onderzoeken of de man die het gesprek tussen Dries en Hendrik van Brederode had afgeluisterd, op zou zijn te sporen via het veerhuis in Pinkeveer.
Berent stelde voor dat Dries een brief zou schrijven naar de heer van Savenhent waarin ze hun bevindingen zouden beschrijven.
Anna merkte op dat nog niet bekend is wie het nu was die ’s nachts door de schout verhoord werd en gezien is door de vader van de meid. Hij noemde hem de man met de witte haarlok. De mannen rond de tafel verwonderden zich waarom ze allemaal vergeten waren om deze belangrijke vraag aan de schout te stellen.
‘Even heb ik er aan gedacht,’ zei Dries, ‘het schoot mij door het hoofd op het moment dat ik de pook afkoelde in de emmer met water. De gebeurtenissen er na volgden elkaar zo snel op dat het door mijn hoofd is geschoten.’
Er ontstond zo een lijst met punten die gecontroleerd moesten worden in volgorde van belangrijkheid. Janus en Riens zouden ook deel uitmaken van de groep en dit zou ook als zodanig bekend worden gemaakt in de brief aan de heer van Savenhent. Door op deze manier de volgorde van belangrijkheid te bepalen en het samen te bespreken ontdekten ze nieuwe mogelijkheden om een vinger achter de organisatie van de Habsburgers te krijgen.
Besloten was dat Berent later die dag via de pastoor er achter zou proberen te komen wie de man was met de witte haarlok en de man met het litteken die Dries had gezien in Pinkeveer. Ook zou hij de pastoor onder druk zetten om informatie te verkrijgen over de Gorkumse pastoor die hij natuurlijk kende. Riens zou boven in de kamer blijven en met een verdraaide stem zo nu en dan wat roepen. Ze zouden de pastoor samen wegbrengen naar Wingerden. Als ze hem los zouden laten aan het oosteinde dan stonden alle mogelijkheden open om weg te komen en was er niet te achterhalen waar hij gevangen was gehouden.
Ze zouden naar Wingerden rijden via de zogenaamde Slydrechtse steegt met het rijtuigje uit Gorkum. Mocht de pastoor onverhoopt de kiezen op elkaar houden dan kon de rit nog gebruikt worden als dwangmiddel. Een opmerking van Riens van uit de kamer, een paar woorden over een zogenaamde beul van de ketters die meer ervaring had en het reisvaardig maken kon er voor zorgen dat hij tijdens de rit alsnog zou praten.
‘Laat het ons maar weten,’ zei Janus, ‘we willen best voor beul spelen nadat je een rondje met hem door het dorp bent gereden.’
Dries was er van overtuigd dat het zo’n vaart niet zou lopen. ’We hebben even geleden Berent nog geroemd om zijn ondervragingsmethoden dus dat komt wel goed.’
Ze bespraken uitvoerig de ideeën die waren genoteerd en schreven nog een brief aan de heer van Savenhent. Het werd een briefje met vage toespelingen en in bedekte termen. Men kon niet riskeren dat als de duif door kou werd bevangen en ergens neerstreek dat het briefje in verkeerde handen zou terecht komen. Besloten werd dan ook om toch mondeling verslag uit te brengen. Dit werd nog vermeld in het briefje waarna de duif werd losgelaten. Riens wist zich te herinneren dat een neef van hem in de buurt van de oom van Dries, Oom Willem woonde. Hij ging nog die middag op pad om te vragen of hij enkele duiven kon krijgen om zo de verbinding te kunnen maken tussen Zaltbommel en Giessendam. Twee uur later was hij al terug met achter het zadel gebonden een mand met tien gezonde duiven. Die werden voorzien van voedsel en water opgeborgen in de stal waar het lekker warm was. Gereed om een dezer dagen te vertrekken naar Zaltbommel.
Enkele uren later zat Riens bij Kee aan de keukentafel. Dries en Janus hielpen Krelis met het verzorgen van de dieren en het melken van de koeien. Berent en hij waren een half uur gelden de dijk overgestoken waarna Berent direct in de kelder verdween.
Er klonk druk gepraat vanuit de kast die Riens achter Berent weer had dicht gedaan. Hij had Kee fluisterend verteld dat Dries de stap had gemaakt en Anna ten huwelijk had gevraagd. Kee die Dries en Anna al vanaf dat ze kinderen waren had gekend was er niet verbaasd over.
’Ik had jaren geleden die kinderen al samen zien spelen achter de hofstee en dacht, wat zou het toch mooi zijn als er geen rangen en standen zouden bestaan zodat deze kinderen samen als volwassenen konden verder leven. Als kinderen zijn ze opgegroeid, ze kennen elkaar door en door maar hun ouders zouden het niet toestaan. Wat is het toch mooi Riens, dat Dries deze rare manier probeert te doorbreken. Waarom moet geld altijd met geld trouwen? Op de meeste hofsteden is geld genoeg maar, nee er moet nog meer geld worden vergaard door geld met geld te laten trouwen. Weet jij, Riens dat hier vroeger een boer was in Giessendam die het verbood dat zijn kinderen zouden trouwen. Zijn oudste zoon had hij uitgehuwelijkt met een dochter van een rijke neef van hem die woonde aan de Graaflandse dijk. Hij had zeven zonen en drie dochters die allen gestorven zijn zonder ooit een man of vrouw lief te hebben’
Vervolg Hoofdstukken


