Dries en Anna waren binnen gekomen op het moment dat Krelis en Berent de stal in liepen om opnieuw Janus te gaan helpen met melken en het verzorgen van de beesten. Even hadden ze samen staan praten in de deur naar de keuken.
‘Ik denk dat Janus en Berent dit met behulp van Anna wel afkunnen Krelis,’ zei Dries. ’Kun jij mij dan even helpen met het naar de wagenschuur brengen van het rijtuig wat nog op de dijk staat. We binden een touw aan de as en slaan dat om de boom op de dijk. Dan kunnen we de kar en het paard veilig laten zakken en op stal brengen,’
Nadat ze het paard hadden verzorgd en het rijtuig veilig hadden weggeborgen zei Dries tegen Krelis dat hij met hem zou meelopen naar zijn huisje onder aan de dijk.
Krelis keek hem bevreemd aan en zei, ‘is er iets Dries, is er iets verkeerd gegaan? Ik ben me er niet van bewust dat ik fouten heb gemaakt.’
Dries schoot in de lach om het verbaasde, bange gezicht van zijn knecht.
’Welnee Krelis, ik moet je juist een compliment geven. Een blik in de stal en ik zie dat jij je uiterste best hebt gedaan dus maak je niet druk, ik wil gewoon met jou en je vrouw eens een praatje maken. De beide jongens en Anna redden zich wel, we kunnen best eens bij Sija een boterham gaan eten.’
Nog steeds verbaast stapte Krelis naast Dries voort terwijl tientallen vragen door zijn hoofd tolden. Wat kon er verkeerd zijn gegaan? Zou Anna soms...?
“Is het Anna, heeft zij het je lastig gemaakt Dries?’ vroeg Krelis gejaagd. Toen Dries hier niet direct op antwoordde leek het voor hem een uitgemaakte zaak.
‘Ik zal ze tot de orde roepen Dries, die meid haalt dingen in haar hoofd waaraan een normale werkmeid niet denkt. Ondertussen liepen ze de houten trap af die tegen de dijk lag waar langs je het huisje van Krelis en Sija kon bereiken.
‘Pas op voor de laatste trede Dries,’ waarschuwde hij, ‘Ik moet die nodig eens vervangen.’
Dries klopte op de deur van het klompenhok dat tegen het huis was aangebouwd. Hier trokken de beide mannen hun klompen uit en liepen de woonkeuken in. Sija zat juist met hun kinderen aan tafel die goed was gevuld. Een flink stuk ham, een kwart kaas en verschillende broden lagen op tafel. Ook een stuk boter lag op de snijplank samen met een aantal gekookte eieren.
‘Ha kinderen, dat komt goed uit. Jullie vader en ik hebben zoveel honger dat we niet kunnen gaan melken voordat we iets hebben gegeten.’
De kinderen keken Dries verschrikt aan. Dit was nog nooit gebeurd dat er een ongenode gast kwam mee-eten. Ook Sija leek van haar stuk gebracht en raapte ham, kaas, spek en boter bijeen en deed deze in de broodmand die ze achter zich op een kastje zette.
‘Je gaat de tafel toch niet afruimen voordat we hebben gegeten Sija?’ vroeg Dries en pakte de mand en plaatste die weer op de tafel.
’Ik ben blij dat je tafel weer goed gevuld is.’ De vrouw stuurde de kinderen de ladder op naar de zolder.
‘Gaan jullie naar boven en laat ik je niet meer horen voordat ik jullie roep,’ spoorde ze haar kinderen aan maar Dries zei: ‘Je mag de kinderen gerust beneden laten hoor Sija, ik heb niets te vertellen wat ze niet mogen horen.’
Dries smeerde een snee donker brood dik in met boter en belegde die met een dikke plak ham.
‘Ik zal Anna opdracht geven jullie tafel altijd te voorzien van de etenswaren die we op de stee bereiden. Gerookte ham, kaas en boter, Krelis je kunt dagelijks verse melk meenemen of een van de jongens rond melktijd sturen om op te halen.’ Tranen schoten Sija in de ogen en ook Krelis had moeite om zijn emoties niet te tonen. De kinderen keken met grote verbaasde ogen van Dries naar hun ouders. Dries schatte de leeftijd van de jongste op een jaar of zes, de oudste, was een meisje van rond de twaalf jaren. Hij had van Anna gehoord dat ze sinds kort een werkplek had bij vrouw van de schout.
‘Ik heb voldoende reden om te zorgen dat het dit gezin aan niets ontbreekt. Ten eerste schaam ik mij nog voor het gedrag van mijn vader die, toen jullie hulpbehoevend waren, dit gezin niet een helpende hand toestak maar juist de straat opjoeg als een schurftige hond. Ten tweede heb ik baat bij een gezonde eerste knecht die zijn werk kan verrichten zonder zorgen. En als laatste en een niet onbelangrijke reden zou ik niet willen dat men aan de dijk zou praten over mij als zou ik het gezin van mijn toekomstige vrouw niet goed onderhouden.’
Er viel een ijselijke stilte in de kleine keuken. Dries zag de verbaasde ogen van Sija die blijkbaar nog nergens van wist. Krelis lag zijn hand op zijn pet en schoof die van zijn hoofd voor zijn ogen als wilde hij zijn woede niet laten zien. Zijn schouders schokten, en hij wreef zich met de pet in de ogen. Zeker een minuut duurde deze stilte die werd verbroken door de stem van de moeder.
‘Dries, wat is er gebeurd? Waarom neem je die verantwoordelijkheid op je? Er zijn andere mogelijkheden om te voorkomen dat Anna tot schande zou geraken. Vooruit kinderen, ga maar in de voorkamer, maar maak niets vuil of kapot, ik waarschuw jullie.’
Dries glimlachte en keek Sija onbevangen aan, Krelis wreef nog steeds met de pet over zijn gezicht en durfde of wilde niemand aankijken.
‘Nee Sija, het is niet zo als jullie denken, ik ben hier alleen om op een verstandige manier te praten over een ongewoon huwelijk. Ik weet dat de mensen zullen kletsen over ons maar dat kan mij en ook Anna niet deren. We hebben elkaar lief gekregen in de laatste paar weken en gisteren en vanmorgen hebben we er samen uitvoerig over gepraat. Ik heb begrepen dat Anna aan haar vader verteld heeft dat we van elkaar houden maar dat hij haar dit uitdrukkelijk heeft verboden. Graag wil ik met jullie er over praten als verstandige mensen.’
Krelis schoof de pet weer op zijn hoofd en stond op. Hij gooide enkele stukken wilgenhout in het vuur zodat het weer knetterend en spetterend hoog oplaaide. Dries keek hem aan toen Krelis zich omdraaide in de richting van de tafel. Het gezicht van Krelis was rood en het leek er op dat zijn ogen vochtig waren.
‘Ik ben gisteren met mijn neus al op de feiten gedrukt Dries. Berent vertelde mij dat jullie gek op elkaar zijn en volgens hem zelfs voor elkaar waren geschapen. Ik heb de hele dag lopen denken over een huwelijk tussen een boer en zijn dienstmeid. Maar toch ben ik tot de slotsom gekomen dat wat mensen er over te zeggen hebben niet van belang is. Toen Sijgje, mijn eerste vrouw, was gestorven en Sija en ik elkaar leerde kennen toen heb ik ook verliefdheid ondervonden. Hieraan moest ik steeds denken nadat Anna mij met die groene, fonkelende ogen zei dat ze van je hield. Toen zag ik weer haar moeder voor mij die ik door alle verliefdheid heen toch niet kon vergeten. Ik was bang Anna los te laten zo als ik eens haar moeder moest loslaten om haar over te geven aan de dood. Ik ben tot de slotsom gekomen dat ik het gisteren helemaal verkeerd had. Geef mij nog een avond de tijd om er in alle rust met Sija over te spreken Dan geef ik je morgen het antwoord.’
Met de punt van haar schort droogde Sija haar tranen en zei, ‘en jij denkt Krelis, dat je mij moet overtuigen dat deze kinderen elkaar liefhebben? Je ziet toch zelf hoe of die meid er aan toe is. Soms zit ze hier aan tafel maar haar gedachten zijn totaal ergens anders. Ik had al aan een aantal jongens gedacht, maar ik wist niet wie het was die haar het hoofd op hol had gebracht.’
De vrouw schoof haar stoel achteruit en stond op. Met beide handen omvatte zij het gezicht van Dries en kuste hem op beide wangen.
‘Mijn zegen heb je Dries, ik ben er nu al van overtuigd dat je goed voor haar zult zorgen.’ En nogmaals zoende zij hem links en rechts op zijn wangen.
Krelis met zijn pet nog in de handen greep de handen van Dries en schudde die zonder een woord te spreken. Dankbaarheid straalde van zijn gezicht en opnieuw werden zijn ogen vochtig.
‘Dan ga ik maar, van eten zal toch niets meer komen,‘ zei Dries en stommelde de aanbouw in om zijn klompen aan te doen.
’Ik stuur Anna straks wel naar huis dan kunnen jullie eens praten. En Krelis blijf jij ook maar hier, met Berent en Janus erbij kun je wel thuis blijven. Ik ben wel blij dat Berent vanmiddag nog bij Jacob Albertszn, de boer van Janus is geweest. Ik had er met Berent al over gesproken dat als hij moeilijkheden zou maken Janus wel bij ons kon blijven werken. Ik heb begrepen dat hij per direct weg kon.’
Een met een ’goedenavond en tot morgen,’ sloot Dries de deur, twee mensen achterlatend die deze avond nog veel te bespreken hebben met hun dochter.
Volgende hoofdstuk Hoofdstukken


