Onze Facebook pagina
Ondertussen was Anna vlakbij de kapel in de wagen gestapt. Ze zag deze ongemakkelijke wagen reeds staan voor de herberg en de stalhouder was bezig twee verse paarden in te spannen. Ze was dus precies op tijd aanwezig. Sinds de invoering van de verbinding Dordrecht met Vianen deed de de voerman Giessendam aan en reed via Slingerland naar Pinkeveer. Daar kon ze dan de andere wagen nemen naar Gorkum. Er was in het verleden veel gepraat over een directe verbinding tussen Dordrecht en Gorkum maar de Spanjaarden hielden dit tegen. Er werden door het knechtje van de stalhouder nieuwe kolen in de testen van de stoven gedaan zodat deze hun voeten een beetje warm hielden. Er zaten nog twee dames in de wagen en er stapte juist voor vertrek nog een Spaanse heer in. Hij groette de dames beleeft en knoopte een praatje aan met Anna.
‘U bent ook hier ingestapt, jongedame?’ vroeg de Spaanse heer. ’Dan hebt u zeker ook al gehoord van de raadselachtige verdwijning van een groep gewapende Spanjaardenj en de verdwijning van de Giessendamse pastoor?’
‘De verdwijning van Spaanse soldaten en onze pastoor?’ vroeg Anna verbaasd. ’Hebben je landgenoten onze geliefde pastoor laten verdwijnen? Dat kan toch nog niet zo lang geleden zijn gebeurd want gistermiddag zag ik hem nog voor de kapel staan praten met een dorpsgenoot van me.’
‘Ho, ho juffrouw. Ik heb niet gezegd dat mijn landgenoten de pastoor hebben laten verdwijnen maar dat er een groep soldaten wordt vermist sinds gisteravond. Ze werden rond de avondklok opgeroepen door hun hopman. Daarna zijn ze vertrokken in de richting Gorkum en is er niets meer van hen vernomen. Hun hopman had de waard verteld dat de soldaten een onverwachte controle moesten uitvoeren langs de dijk nabij de uitmonding van de Giessen in Hardinxveld. Ze zouden rond middernacht terugkeren maar vanmorgen bleek dat de soldaten al hun spullen hadden ingepakt en meegenomen. Ze waren dus niet van plan om terug te komen naar de herberg. Het geval werd nog vreemder toen bekend werd dat de hopman voordat hij naar de herberg kwam eerst bij de pastoor was geweest en dat daarna bleek dat de pastoor was overvallen.’
‘Dus de verdwijning van de pastoor lijkt toch iets te maken met het onverwachte vertrek van die groep soldaten,’ vroeg Anna en keek met grote onschuldige ogen de Spaanse heer aan.
’Ik ben op weg naar Tiel,’ zei ze, ‘maar ik reis  eerst langs Gorkum om een brief af te geven van mijn mevrouw, aan haar vriendin in de stad. Misschien hoor ik wel wat in Gorkum over de verdwijning van onze pastoor. Och, och, het is me wat. Men kan zelfs de geestelijke niet met rust laten in zulke kleine dorpen als Giessendam en Hardinxveld. Die nieuwe leer van die monnik heeft wat teweeg gebracht. Het is tegenwoordig moord en doodslag wat je hoort. Ik hoop maar dat de pastoor weer snel en ongeschonden wordt terug gevonden. Misschien hebben die soldaten wat gehoord en zijn ze die ketters achterna gegaan’
‘Ik begrijp juffrouw dat je niet veel op hebt met de mensen die de nieuwe leer aanhangen. Blijf er maar vandaan dan kun je altijd rekenen op de bescherming van de koning van Spanje.’ De man trok zijn hertenleren handschoenen uit en knoopte zijn mantel wat losser.’Het lijkt er op dat de winter een aanvang neemt juffer, het is niet overbodig dat de stalhouder wat houtskool in de stoven heeft gedaan. Als nu het zonnetje wil doorbreken kan dit een alleraardigst tochtje worden.’
De man vertelde Anna dat hij voor zaken naar Dordrecht was geweest maar het weekend had doorgebracht bij de broer van zijn vrouw. Hij vertelde dat hij sinds enkele jaren in Buren woonde een klein plaatsje in de buurt van Tiel. Zijn schoonbroer dreef een werkplaats langs de dijk waar hij vissersboten liet bouwen. De vraag naar dit model boot was de laatste jaren enorm gestegen zodat hij op dit moment twaalf werklui in dienst had. Al enkele maanden geleden had hij gevraagd of zijn Spaanse schoonbroer eens wilde omzien naar geschikt timmerhout.
Anna luisterde met een half oor naar het verhaal dat de Spanjaard haar vertelde. Ze verbaasde zich over het feit dat deze man zo goed haar taal sprak en er zo weinig Spaanse woorden in voorkwamen.
‘U handelt dus in hout begrijp ik dit goed?’ vroeg ze aan de man, ‘dan heeft U waarschijnlijk veel contacten in het buitenland. Ik heb wel eens vernomen dat de werfbazen hun hout soms kopen in een van de Noordelijke landen. Daar zouden bossen zijn, zo uitgestrekt dat je er weken in kan ronddolen zonder een pad te vinden, laat staan een levende ziel tegen te komen. Een varensgast die bij ons op de dijk woont, heeft mij eens verteld dat het hout dat uit Scandinavië komt beter van kwaliteit zou zijn omdat het daar altijd zo koud is dat de bomen maar heel langzaam groeien.’
De man schoot in de lach maar beaamde dat het hout uit die landen van voortreffelijke kwaliteit is. Hij vertelde ook dat zijn grootvader al als houtkoper aan het eind van de vorige eeuw in het Noorden van Nederland was gaan wonen Zijn afkomst dwong hem er toe het warme zuiden te verlaten sinds Joden in Spanje en Portugal zo werden vervolgd door koning Ferdinand en koningin Isabelle.
‘Dan begrijp ik het ook waarom U zo goed onze taal spreekt.’ zei Anna en voegde er aan toe dat ze niet begreep dat hij dan nog zo veel vertrouwen kon hebben in de Koning van Spanje.
Weer schoot de man in de lach en vertelde haar dat hij niet gezegd had dat ze het katholieke geloof moest aanhangen maar dat ze zich beter niet met het nieuwe geloof kon bemoeien.
‘Je mening heb je wel erg snel klaar. Dit is een gewoonte die je moet afleren of in ieder geval moet jij je mening niet direct uitspreken. Je weet bijvoorbeeld helemaal niets van deze beide dames die met ons meereizen en al helemaal niets van mij.’ De beide vrouwen keken de man schichtig aan en leken nog verder in hun hoekje van de koets weg te willen kruipen.

Vervolg                                          Hoofdstukken