‘Wees voorzichtig heer pastoor. U bevind zich in de handen van mensen die er niet voor terugdeinzen je keel door te snijden op het moment dat je hen dreigt te verraden. Je bent in handen van mensen die je wat vragen willen stellen zonder dat je vrienden je te hulp kunnen komen. Dus wees stil, houd je mond gesloten, probeer niet om hulp te schreeuwen want er is binnen honderd meter geen mens aanwezig die je zou kunnen horen. Je wordt vast gehouden ergens midden in de polder en er is hier geen mens die je te hulp kan komen. En als je maar een kik zou willen geven tegen mijn zin in dan snij ik je keel door zodat je nooit meer kan schreeuwen. Ik slaap direct naast je, dus hoor iedere beweging van je. Begrepen?’
De pastoor die lijkwit wegtrok bij wat hij hoorde stamelde: ’Ik zal mij stil en rustig houden maar zouden de touwen die mijn handen op mijn rug verbinden misschien iets losser mogen? Ik heb geen gevoel meer in mijn armen.’
Berent keek de touwen na en knoopte deze op een andere manier zodat de bloedomloop niet weer werd afgesloten en bond de pastoor met een extra touw vast aan zijn eigen arm.
Met de belofte morgenochtend vroeg zijn huishoudster te laten weten dat de pastoor nog in leven was viel Berent, aangekleed in slaap.
Een paar keer werd hij gewekt door een ruk aan het touw wanneer de pastoor zich omdraaide in zijn slaap maar na enkele ogenblikken viel hij toch weer in een droomloze slaap.
De volgende morgen at Berent juist een paar sneden brood met spek toen hij van beneden de pastoor hoorde roepen. Hij was wakker geworden van de heerlijke reuk van gebakken eieren met spek. Die morgen hadden Kee en Berent buiten overlegd wat ze zouden doen. Berent had verteld dat hij goedschiks of kwaadschiks van de pastoor wilde weten wie de marskramer was en of de moordenaar van Dries zijn vader dezelfde was als de Spanjaard die gisteren vanuit Dordrecht naar Giessendam is gekomen.
Kee had bezwaren gemaakt tegen het geweld dat vast zou moeten worden toegepast als hij de pastoor aan de praat wilde krijgen. Ze had voorgesteld een brouwsel klaar te maken dat ze soms gebruikte als er mensen bij haar aanklopten met erge buikpijn. Het middel zorgde er voor dat ze weer hun behoefte konden doen. Dat was meestal het probleem bij erge buikpijnen. Eens had ze een verkeerd kruid in het drankje gedaan en had de man die ervan had gedronken hevige hoofdpijnen gekregen en had wartaal uitgeslagen dat achteraf niet allemaal wartaal bleek te zijn. Hij was na een paar uur weer opgeknapt en wist zich zelfs nog dingen te herinneren die hij had verteld. Zijn vrouw die erbij was had beaamd dat hij op vragen van Kee antwoorden had gegeven die ook echt waar bleken te zijn en waar de vrouw soms van afwist.
‘Dat foute drankje lijkt mij een mooi drankje, zou de pastoor er ook van hebben gehoord? Mogelijk hoeven we hem alleen maar bang te maken en verteld hij alles wat we weten willen.’
Nu de pastoor wakker was ging Berent naar beneden. Het was er een lage ruimte die inderdaad dienst leek te hebben gedaan als opbergplaats voor de wintervoorraad. De pastoor zat op een gammele stoel zonder leuning. Nu pas kon Berent de man wat beter bekijken doordat er wat licht viel door een smal ruitje dat tegen de zolder in de muur zat. Hij had gedacht dat de man ouder zou zijn maar nu schatte hij de leeftijd van de geestelijke op niet meer dan 35-40 jaar. Zijn pij was gescheurd en zag bruin van de modder. Berent was gisteravond dan ook niet erg voorzichtig met hem omgesprongen.
‘Ook jij zult wel een gewoon mens zijn is het niet?’ vroeg hij aan de pastoor en schoof hem een helder witte pot toe die klaar stond bij de deur. ’Weet dat je hier blijft opgesloten totdat wij van je gehoord hebben wat we willen horen. Ik kom over een poosje terug naar beneden en dan hebben we samen een onderhoud. Wees er op beducht dat het er warmpjes aan toe zal gaan. Ik zal even wat voorzieningen treffen om het gesprek voor jou zo aangenaam mogelijk te maken.
Berent trok de ladder op naar boven en sloot de deur af met de sleutel. Hij bonsde nog een paar keer flink op de deur om hem te laten merken dat het een stevige deur is.
Hij hield zijn vinger voor zijn lippen ten teken dat Kee niets moest zeggen en liep het trapje af naar de tuin.
Op de akker lagen enkel hopen met onkruid en brandnetels die Kee blijkhaar niet in haar kruidendrankjes kon gebruiken. Ook stond er een kleine hooihoop aan de rand van de tuin waarvan hij enkele plukken nam en daarna met de rest van het tuinafval het kleine raampje van de kelder dicht stopte zodat er nu helemaal geen licht meer in kwam.
In het onderhuis waar Kee bij het raam wat verstelwerk verrichte riep hij met een verdraaide stem: ‘Hoe zit het er mee Jacob, beginnen we er nog aan of laten we die smeerlap hier creperen zonder dan we iets uit hem wringen?’
Kee keek Berent met verschrikte ogen aan maar zei verder niets. Berent knipoogde naar het oude vrouwtje en zei met gewone stem: ’Even wachten nog Teun, ik wil eerst wat meer stro en hooi naar binnen brengen zodat het eventueel wat beter brand. Ik wil niet dat het vuur halverwege uitgaat en ze hem nog herkenbaar terug vinden.’
Kee schudde het hoofd maar door de knipoog van verstandhouding begreep ze nu dat hij de pastoor bang wilde maken. Berent vormde met zijn mond de naam Anna en wees, met zijn vinger naar de overzijde van de dijk dat hij even naar Anna zou gaan.
Kee knikte hem toe en zachtjes liep hij via de tuin naar de dijk. Het begon al aardig licht te worden je hoorde vanuit de stal het gerammel van de ketting waarmee de stier stond vastgezet in de buitenschuur.
Krelis was met enkele meiden en een knecht in de schuur aan het melken. Hij stak even zijn hand ter begroeting op toen Berent naar de keuken liep. Hier trof hij Anna aan die zich verschrikt omdraaide bij het horen van haar naam.
‘Meid toch,’ zei Berent, ‘het was niet de bedoeling je zo te laten schrikken. Ik zal voortaan eerst wel aankloppen voor ik de deur opent. Dit is nu de tweede keer dat je van mij schrikt. Ik had wel eens van meiden in mijn dorp begrepen dat ik niet zo lelijk ben.’
‘Jij ezel, het is geen wonder dat ik steeds van je schrik. Je komt op de meest onverwachte momenten hier de keuken instappen. Ik herken je voetstappen in de gang niet en schrik van je vreemde stem.’
De tranen sprongen haar in de ogen en met een verstikte stem zei ze: ‘Ik neem je niets kwalijk hoor Berent maar ik ben de laatste dagen zo gespannen nu Dries weg is gegaan.’
Berent schoot in de lach wat haar nog bozer scheen te maken. Haar ogen leken nog groener te worden als ze al waren.
’Ik neem je helemaal niets kwalijk meid. Ik kan het best begrijpen dat je uit je doen bent. Ik ken Dries amper en jou al helemaal niet maar ik begrijp wat je bedoelt. Zodra ik wat over hem verneem laat ik het je weten. Ik wil je nu even vertellen dat we de pastoor hebben opgesloten bij Kee en dat ik hem aan het praten probeer te krijgen. Ik wil je vragen hier over niets verder te vertellen. Heb jij je vader verteld dat ik gisteravond hier was?’
Nog wat nasnikkend schudde Anna haar hoofd, ‘ik heb niet verteld dat je hier was maar ben je niet bang dat hij je nu heeft zien binnenkomen?’
‘Ja, hij heeft mij gezien dat is niet zo erg, het is goed dat je niets verteld hebt van de pastoor. Zeg maar tegen hem dat ik kwam vragen of er nog een boodschap was binnen gekomen van Dries. Zeg dat ik binnen een paar dagen terugkom maar dat mijn plannen met betrekking tot de marskramer gewijzigd zijn zonder dat ik jou heb gezegd wat de wijzigingen zijn.’
Berent klopte haar nog even op de schouder in het voorbij lopen. ’Het komt vast wel weer goed Anna, voor je het weet is Dries weer thuis, maak je maar niet te druk, Dries loopt niet in zeven sloten tegelijk. Ik verdwijn nu en je weet mondje dicht.’
Vlug liep hij de stal door en verdween weer over de dijk naar het huisje van Kee. Niemand had hem vanmorgen gezien, niemand wist dat hij zich hier bij deze oude vrouw had verstopt, samen met de pastoor. Gelukkig lag het huis wat afgelegen en was de tuin omringd door struiken. Het leek wel of Kee alle onkruid maar ook alle struiken liet groeien langs het pad naar de dijk om zo ongewenste blikken in haar tuin te voorkomen. Door haar teruggetrokken levenshouding maar ook door haar gebogen houding en het feit dat ze veel kennis had van geneeskrachtige kruiden had ze de bijnaam Kee de heks gekregen. Berent verwonderde zich over dit feit omdat hij in de paar uur die haar nu kende haar zag als een vriendelijke vrouw die niet eens zo oud was als ze er op het eerste gezicht uitzag. Vanmorgen had ze hem verteld dat ze maar 15 jaar ouder is dan Dries. Ze wist zich nog goed te herinneren dat Dries geboren was en zijn moeder een week later werd begraven.
Hij was maar een paar minuten weg geweest toen hij de achterdeur van het huis opende en Kee aankeek met een vragende blik. Hij kreeg een geruststellend knikje en begreep dat de gevangene zich rustig had gehouden.
Volgende hoofdstuk Hoofdstukken


