Onze Facebook pagina
Dries vertelde Joris hoe het was gegaan en zei: ‘Alleen heb ik later in Giessendam verteld aan Krelis de knecht en aan zijn dochter wat ik heb meegemaakt.’
‘Daar gaat het nu niet over. Ik probeer een antwoord te vinden op de vraag waarom je vader is vermoord. Het enige wat ik zou kunnen bedenken is dat iemand van je gesprek met Hendrik op de hoogte was. Iemand die jou zou willen vermoorden om zodoende te verijdelen dat je er achter zou komen wie het waren die de streek onveilig maakten door de bevolking tegen de edelen op te zetten.’
‘Eerlijk Joris, ik zou niet weten hoe iemand daar achter moet zijn gekomen,‘ zei Dries, ‘ik heb dagen lopen piekeren over dit probleem. Ik wilde niet aan deze mogelijkheid denken maar het is de enige reden die ik zou kunnen bedenken waarom mijn vader is vermoord. Niet hij moest worden vermoord maar ik. Het zou mogelijk kunnen zijn dat de onbekende ruiter zich heeft vergist in de donkere gang tussen de stal en de keuken. Misschien heeft hij gedacht mij voor zich te hebben in de gang. Mijn vader had ongeveer hetzelfde postuur als ik.’
‘Dan moet hij geweten hebben van je reis naar Giessendam. Laten we nu eens op een rijtje zetten wat er gebeurd is nadat je uit Schoonhoven bent vertrokken.
Je bent te voet via Goudriaan en Hoornaar naar Pinkenveer gelopen. Daar wist jijzelf nog niet van het bestaan van Don Franco en Juan. Waar kwam Hendrik je achterop rijden was dat voor of na Hoornaar?’
‘Dat was langs de Giessen voorbij de molen van Hoornaar, een kwartier lopen voor het veer. Ik ben daar in de koets gestapt van Hendrik. Hier vertelde hij mij van zijn reis naar Brussel en over de plannen van die Don Franca en Koning Filips II.’
‘Toen zijn jullie uitgestapt en naar de herberg gelopen. Hebben jullie buiten nog gesproken en heb je daar iemand gezien die belangstelling voor jullie had? Is je daar iets opgevallen. Waren er meerdere mensen in de herberg?’ vroeg Joris.
‘Dat zijn een aantal vragen ineens. Laat mij even nadenken, ik lette niet zo op degenen die daar waren. Ik weet zeker dat we buiten niet gesproken hebben over Brussel of Don Franca. Hendrik groette een tweetal heren die buiten stonden te wachten om overgezet te worden. Het was druk die dag aan het veer. De waard, die ook de overzetbaas is, had een knecht ingehuurd om de mensen naar de overkant te brengen en hijzelf bediende in de herberg. Toen we de herberg in liepen zaten er, laat me eens nadenken, ongeveer twaalf klanten. De meeste van deze mensen moesten naar Gorkum. Het waren kooplieden en boeren die naar de markt wilden die de volgende dag daar gehouden werd.’
‘Je vertelde me dat jullie daar een kroes bier dronken. Zou het kunnen zijn dat iemand jullie gesprek heeft afgeluisterd in de herberg? Je vertelde immers dat Hendrik in de herberg je verteld heeft over Don Franca en je daar heeft gevraagd om de onruststokers op te sporen.’
Een diepe rimpel verscheen er op het voorhoofd van Dries toen hij hierover nadacht. Hij probeerde de herberg voor de geest te halen en de bezoekers die er op dat moment waren.
‘Ja, ‘riep hij opeens, ‘er was een koopman die zeker een bepaalt gedeelte van ons gesprek heeft gehoord. Hij zei namelijk iets over de onrust die was ontstaan in Dordrecht nadat er een protestant was opgehangen omdat hij tegen een pastoor gezegd had dat de kerk meer moest doen dan ze op dat moment deed voor de armen. Hendrik had de manier van het tegen elkaar opstoken juist aan mij verteld en de opmerking van de koopman sloot er precies op aan. Ik had helemaal geen erg meer in dit voorval maar nu herinner ik mij dit weer.’
‘Dan heeft die zogenaamde koopman misschien nog meer opgevangen van jullie gesprek. Kan het zijn dat hij heeft opgevangen dat je naar Giessendam ging?’ vroeg Joris die gespannen luisterde naar Dries. ’Misschien kun je herinneren hoe de man eruit zag.’
‘Ja, Hendrik had juist ervoor aan mij gevraagd of ik al op de Hogendijk was geweest om aan mijn vader te vertellen dat ik naar Brussel zou gaan zoals eerst de bedoeling was.’ zei Dries
‘Nou dan is dat raadsel dan opgelost, de man had genoeg gehoord om te begrijpen dat Hendrik op de hoogte was van de plannen van Don Franca. Hij kon verschillende namen en dingen combineren. Hendrik had het over zijn reis naar Brussel, jou bezoek aan je vader en over de plannen die jullie maakten om de onruststokers op te sporen. Voeg daarbij de namen Hogendijk en Giessendam en hij rijdt spoorslags naar de boerderij van je vader.’
‘Ik kan mij nu zelfs herinneren hoe de man er uit zag. Hij had een litteken boven zijn rechteroog, het viel mij op omdat hij zijn hand er steeds voor hield. Hij had ook een zuidelijke tongval, net alsof hij uit de Zuidelijke Nederlanden kwam. Bij mijn oom in Schoonhoven kwam soms een koopman die in de buurt van Luik woonde, die had ook die typische tongval.’
Dit moet dan ook de man zijn geweest die Kee heeft horen praten met de marskramer schoot het Dries te binnen en hij vertelde dit aan Joris.
‘Nu vallen de stukken op hun plaats,‘ zei Joris die weer opgestaan was en met zijn handen op zijn rug uit het venster staarde. ’Nu begrijp ik een ding nog niet. Hoe zit het nu met die brieven die je gevonden hebt in de mars? Ik heb de brief gelezen die je als eerste in de mars had gevonden. Je weet dat deze door Don Franca is geschreven en gericht is aan Juan.
Laten we weer even proberen alles op een rijtje te zetten. Jij vond diezelfde avond de eerste brief in de mars. De andere twee brieven vond je enkele dagen later toen je met de knecht en diens dochter de mars onderzocht. De eerste brief is gericht aan Juan, de tweede aan de schout en de derde aan de pastoor van Gorkum. Alle brieven zijn geschreven door Don Franca. Heb jij een idee Dries hoe dit in elkaar steekt?’
Dries stond op klapte de leuning van de haardbank om en ging weer zitten nu met zijn rug naar het vuur.
‘Ik denk dat het zo is gegaan,‘ stelde Dries zich voor, ‘de marskramer is degene die verbinding onderhoud met Brussel. Hij is de man die zonder op te vallen brieven kan overbrengen van Don Franca naar Juan la Vrestra en mensen in Gorkum. In enkele weken kan hij van Brussel naar de Alblasserwaard reizen, ik denk zelfs dat hij sneller kan zijn als hij onderweg zo veel als mogelijk mee probeert te rijden met handelslui en boeren die op de weg zijn. Hij hoeft natuurlijk niet te leuren met koopwaar. Ik denk dat hij goed wordt betaald dus met een smoes kan hij uren meerijden met een wagen of een koets. Als de marskramer nu de ruiter Juan in Giessendam heeft ontmoet en hem gezegd heeft dat er een brief van Don Franca in zijn mars zit dan heeft Juan de mars meegenomen om de brief eruit te halen en te lezen. De andere brieven die in de mars zaten die moest hij mogelijk nog bezorgen in Gorkum.’
‘Dat is een goede verklaring, ware het niet dat de kramer vanuit Brussel eerst langs Gorkum reist als hij over het veer is gekomen bij Woerkom en dan naar Giessendam gaat. Dit is volgens mij de kortste route. Waarom eerst naar Giessendam om brieven te bezorgen en dan terug naar Gorkum? Ik begrijp ook niet waarom de marskramer vertrok op het paard van Juan en waarom Juan de mars meenam naar de boerderij waar hij mogelijk jou zou treffen. Hij had beter om de brief kunnen vragen aan de marskramer dan de hele mars mee te nemen naar de boerderij.’
‘Nu neem je aan dat de marskramer in Woudrichem is overgevaren maar het zou ook mogelijk zijn dat hij eerst in Dordrecht moest wezen en dan is het logischer dat hij bij het zuidpunt van het eiland van Dordt is overgevaren. Ik kan me voorstellen dat Juan zich zo min mogelijk laat zien in gezelschap van de marskramer en daarom de mars meenam naar de stee. Van de plek waar Kee de beide mannen had gezien is het maar enkele passen naar de stee en er staan bijna geen huizen daar. Ze vertelde mij dat er op dat moment niemand op de dijk was die het gesprek heeft gezien. Dat kan verklaren dat Juan de mars meenam.’
‘We weten dan nog niet waarom de marskramer er vandoor ging op het paard van Juan en ook niet waar Juan is gebleven,’ zei Joris die zich in stilte verwonderde over het scherpe opmerkingvermogen van Dries. ‘Ik denk dat het belangrijk is die marskramer te spreken te krijgen, die kan ons meer vertellen over de verblijfplaats van Juan la Vrestra en misschien ook over meerdere contactpersonen.’
‘Dries ik denk dat we een heel eind verder zijn gekomen dan vanmorgen. We moeten nu plannen maken om de marskramer op te pakken. Laten we nu het nog licht is een wandeling maken in de uiterwaard. Daar in de rust van de natuur krijg ik meestal de beste ideeën.’

Volgende hoofdstuk                                                           Hoofdstukken