Als vanzelf komt het besef dat er een plaats verdiend moet worden. De trainer stuurt en zet de lijnen uit voor het elftal, de spelers worden voetballers met ervaring. Ervaring die opgedaan is door jaren lang spelen en luisteren naar begeleider en trainer. Het met zijn allen achter de bal aanhollen is er niet meer bij, ze kennen hun plaats in het team. In de jaren is de speler gegroeid in het spel, was hij eerst het snelle jongetje die zo vreselijk hard kon lopen en daardoor als vanzelf in de aanval terechtkwam, als hij wat ouder geworden is dan is hij misschien wel door zijn inzicht de spelverdeler geworden en door de trainer opgesteld is in het centrale middenveld.
Soms moet de trainer dan opeens weer een speler terug roepen die in zijn enthousiasme zijn plaats vergat. Jaren en jaren gaan voorbij, dan ineens zin we het jochie weer terug. Zag je hem jaren geleden nog met al zijn teamgenootjes achter de bal aanrennen, met tien ventjes naar voren, dan weer met tien ventjes naar achter. Na jaren zie je hem in de plaatselijke krant terug. De kop van de sportpagina springt er uit ‘Onze club is kampioen’. Op de foto ernaast zien we de speler die we van kind af aan gevolgd hebben. Het team gaat een klasse hoger spelen. De prestatie is geleverd en het resultaat is dat er een nieuwe uitdaging ligt. Proberen weer een klasse hoger te gaan spelen. Op naar het volgende kampioenschap, op naar de top. De afgelopen jaren is Discom wel eens vergeleken met een voetbalelftal. Die vergelijking gaat zeker op als het gaat over inzet, begeleiding en teamwork. De eerste jaren mogen best vergeleken worden met de pupillen. Bij Discom gaan werken was voor mij net als dat jochie van zeven jaar dat het voetbalveld opgaat. Thuis in de tuin tegen een bal schoppen gaat al snel maar in een team spelen is toch wat anders.
Het team bij Discom was nog niet zo groot maar je moet wel meespelen. We waren nog pupillen met een trainer met kennis van zaken. Hij wist te motiveren zodat overwinningen werden behaald. Steeds ging het een stapje hoger. Nieuwe uitdagingen werden gezocht en als er goed gespeeld was gaf de trainer een schouderklopje. Het waren niet altijd overwinningen, en we werden niet altijd kampioen, er moet ook wel eens een pas op de plaats gemaakt worden. Dan komt de deskundigheid van de trainer om de hoek kijken. Vergelijk dat eens met de elftallen eredivisie, de trainer die volhoud in minder goede tijden en ook dan de moed en motivatie erin houd, die mag zich en toptrainer noemen.
Natuurlijk zijn er in de loop van de jaren wisselingen geweest in het team. Nieuwe spelers komen er bij en andere spelers gaan naar een nieuwe club. Steeds is het team compleet geweest altijd konden we spelen. En er kwamen ook wel eens spelers bij die achteraf niet in het team paste, hetzelfde gebeurt in de voetballerij, de speler komt op de reservebank terecht en moet proberen om een basisplaats te veroveren. Ook dat is voor gekomen bij Discom, spelers die op de reservebank plaats moesten nemen omdat hun spel niet aan de verwachtingen voldeed. Gelukkig is dit maar een paar keer voor gekomen dat een letterlijk thuis op de bank kwam te zitten. In de andere gevallen zijn nieuwe spelers snel in de groep opgenomen en op de juiste plaats terechtgekomen om aan het spel deel te nemen en zo hun, om in voetbaltermen te blijven, beste beentje voor te zetten. Ik heb in de jaren al heel wat spelers zien komen en gaan, spelers soms die rechtstreeks uit het jeugdelftal kwamen maar ook geroutineerde spelers die bij een topclub vandaan kwamen. Ook verschillende trainers en begeleiders hebben er aan bijgedragen de club vooruit te krijgen. Van de een leerde je meer en gemakkelijker dan van de ander. De trainers hadden dan ook niet allemaal de trainerscursus gevolgd die tegenwoordig verplicht is voor topclubs.
Gaat de vergelijking tussen Discom en een voetbalelftal helemaal op? Laten we het eens punt voor punt bekijken. Trainer en leidinggevende lijkt mij een vergelijking die wel opgaat even als het team van spelers met het team van Discom, we willen allen winnen en vooruit komen. Aanvallers en vertegenwoordigers, de mensen die het eerst met de tegenpartij in aanraking komen, zij leveren het gevecht om de scoren, het punt dat telt, de order die binnen gehaald moet worden. Waar staat de keeper in het spel, hij moet voorkomen dat de tegenpartij scoort, met wie kunnen we die vergelijken. Waarmee moeten we eigenlijk de score van de tegenpartij vergelijken? De klacht van de klant, de concurrent misschien? De verdediging, waarmee vergelijken we die? Laten we het eens van de andere kant benaderen. De bal vergelijken we met de order die gescoord is door de vertegenwoordiger. Hij rolt door het veld, dat ik vergelijk met de werkplaats. De aanvoerder geeft zijn aanwijzingen op het middenveld, de bal is onze aanvallers reeds gepasseerd, een ieder op het veld kent zijn plaats, we hollen niet meer als de pupillen met z’n allen achter de bal aan. Als dan de bal in onze verdediging terechtkomt moet er alles aan gedaan worden om te voorkomen dat de bal verkeerd terechtkomt. De verdediging moet samenwerken. De keeper voorkomt dat het mis gaat. Is de keeper dan toch diegene die het laatste contact met de bal heeft? Is dat misschien de logistieke afdeling die voorkomt dat de bal in het verkeerde doel terechtkomt? Alle teamgenoten moeten nauw samen werken om te voorkomen dat er fouten gemaakt worden, het komt aan om de bal daarheen te spelen waar een medespeler er wat aan heeft.
Een voorzet moet opmaat gegeven worden. De verkoper moet zo de bal toegespeeld krijgen dat hij alleen maar het laatste tikje behoeft te geven. De juiste tekening of berekening, de prijs moet goed zijn gebaseerd op de juiste voorcalculatie en inkopen. Is het de schuld van de keeper als de bal in het net achter hem verdwijnt of heeft de verdediging er mede verantwoording voor? Wie neemt het de keeper kwalijk als hij een penalty niet kan stoppen? Zonder dat een andere speler er invloed op heeft komt de bal vanaf de stip op hem af. In een fractie van een seconde is de bal bij hem. Kun je het de logistieke speler kwalijk nemen als er een klacht komt van de klant over een product waar hij niet op kan reageren. Anders wordt het als er een muur neer gezet wordt bij een vrije schop. Alle spelers die niet voor een kleintje vervaard zijn stellen zich op tussen bal en hun keeper en doen er alles aan om een score te voorkomen. Zo proberen we met het team de opmerkingen te voorkomen die een klant zou kunnen maken. Waar plaatsen we in het vergelijk de tekenaar, het secretariaat, telefoniste, inkoper, engineerder, de administratie of ga zo maar door? Het zijn teamleden die je niet kan missen maar niet een naam ken geven in het vergelijk. De bal gaat ook via deze spelers en ook zijn zullen de juiste pass moeten geven. Een ding is zeker, geen van de basisspelers kennen gemist worden, de reservebank moet wel eens worden aangesproken maar als er een topprestatie geleverd moet worden, moeten we het doen met onze topspelers.
Ongelukken
In al de jaren dat ik bij Discom werk is het met ongelukken best meegevallen. Ik bedoel dan met ongevallen op het werk of die in ieder geval direct met het werk te maken hebben. Er was een collega die zijn knie verdraaide tijdens een voetbal partijtje op koninginnedag en daar door een week of 20 uit de running was. Buiten deze ‘privé’ ongevallen om hebben we tot nu toe geluk gehad. Als ik terug denk aan de scheepswerf waar ik werkte of bij bedrijven waar we uitgeleend waren, daar hebben we wel eens vroegtijdig het werk stop moeten zetten omdat er een dodelijk slachtoffer was gevallen tijdens werkzaamheden aan boord. Het is in de eerste jaren gebleven bij wat brandblaren en kneuzingen. Wel herinner ik mij nog een voorval waarbij Leen van de Linden klem kwam te zitten tussen twee stukken ijzer die echt niet meegaven. Dat ging als volgt.
We moesten aan boord van een sleepboot een roer plaatsen. We hadden samen het roer onder de boot gesjouwd. Het ding woog zo’n tweehonderd kilo en moest met behulp van wat stukken hout omhoog gewerkt worden. Er was geen ruimte om met een takel te werken. Na veel gezwoeg en gesjouw hadden we de as van het roer de hennekoker ingekregen. Nu was het zaak om het roer naar boven te krijgen. Leen ging naar binnen om een oogbout in de as te draaien om de as met een takel verder omhoog te takelen. Op het moment dat het roer op de goede hoogte was getakeld riep Leen,’ Hou jij beneden met een stuk balk het roer omhoog dan maak ik de takel los en schuif de lagers er overheen’. Ik snapte precies wat hij bedoelde, we hadden dit meer gedaan. Ken je voorstellen hoe zwaar zo’n roer gaat wegen als je met een houten balk, gebukt onder het vlak van een boot, een gewicht van tweehonderd kilo omhoog moet houden? Na een paar minuten droop het zweet me in de ogen en ik had al een paar keer naar boven geroepen of dat Leen klaar was. Omdat ik maar geen antwoord kreeg dacht ik dat hij mij niet hoorde en ik hem niet. Voorzichtig liet ik de balk en dus ook het roer zakken, ik dacht dan kom ik er vanzelf achter of dat Leen het lager al heeft gemonteerd. Heel langzaamaan kwam het roer naar beneden totdat er een verschrikkelijke kreet klonk uit de achterpiek. Ik kon hem toch wel horen bleek het achteraf. Hij was klem komen te zitten tussen het lager en de as. Zijn vinger was geplet en Leen was enkele dagen alleen geschikt voor kantoor werk.
Zelf ben ik ook eens een paar weken uit de roulatie geweest. We waren op een dag aan het werk op een parlevinker die we in Gorkum aan het afbouwen waren. Samen met Wout hadden we die morgen het werk verdeeld, hij ging aan het werk in de achterpiek en ik zou de machinekamer opruimen. De inbouw was op een haar na klaar, er moesten nog een paar kleine dingen gedaan worden en dan konden we gaan proefvaren. Wie het eerst met zijn werk klaar zou zijn zou in de voorpiek nog wat overtollig ijzerwerk verwijderen. Na een paar uur was de machinekamer klaar en ik dacht dat Wout nog bezig was in de achterpiek. De brander lag al in de voorpiek en ik pakte mijn aansteker om de brander aan te steken. Met een enorme knal klapte de brander uit elkaar. Mijn overall in de fik en na deze gedoofd te hebben probeerde ik zo snel als mogelijk was bij de kraan te komen. Koud water er over dat was het enigste wat zou helpen.
Op weg naar de kraan kreeg ik mijn handschoen uit en zag de blaren al op mijn hand verschijnen. De kraan bleek ook nog afgesloten te zijn want het had die nacht gevroren zodat ik bij de buren van het bedrijf aan moest kloppen om wat verkoeling te zoeken voor mijn hand. Ik was door die afgesloten kraan natuurlijk te laat om goed te koelen en was dan ook aan de beurt om achterstallig kantoor en tekenwerk te doen. Drie weken heeft dat geintje geduurd want er kwam een ontsteking bij. Achteraf bleek dat Wout al bezig was geweest in de voorpiek maar hij moest een nieuwe binnenpit voor de brander halen en had om te voorkomen dat de buitenpit kwijt zou raken deze er weer opgedraaid.
Wat hebben we nog meer voor ongevalletjes gehad? Ik herinner me nog van een collega die de gewoonte had om tijdens het boren tegen de krullen te slaan zodat ze braken en daar door niet zo lang werden dat ze tegen zijn overall kwamen. Verschillende malen hadden we er wat van gezegd: ‘doe dat nu niet Jan, straks word je handschoen door zo’n krul gegrepen en dan draai je zelf om de boor heen, pak een stuk hout om de krullen te breken’. ‘s Avonds om negen uur moest hij nog een paar gaten boren toen wij weggingen. Hij wilde perse de klus afmaken. De volgende morgen belde hij op terwijl we nog koffie zaten te drinken om halfacht: ‘ik ben gisteravond gestruikeld en tegen de draaiende boor gevallen, mijn vinger gebroken en ik ben nu de eerste 6 weken niet in staat om te komen werken.’ Ja, ja, gevallen tegen een boor, we dachten daar wat anders over maar juist in die drukke tijd misten we weer een collega.
‘Ik ga de rommel opruimen voordat de boot naar buiten getakeld wordt, als jij de laskar van boord haalt en de branderset dan gaan we vandaag vroeg naar huis’ zei Leen tegen mij, ‘Ik sla dat stukje vierkant los dan is de buiten kant klaar.’ Met een bankhamer gaf Leen een geweldige klap op dat stuk ijzer in de overtuiging dat het aan beide zijde goed vast gehecht was. Hij zat dan ook verbaast te kijken toen het stuk ijzer direct wegschoot.
Ik stond bij de kop van het schip en zag het ijzer de lucht in schieten en ook weer naar beneden komen. Ik bukte mij om te kijken waar het bleef want de klap bleef uit waarmee zo’n stuk ijzer meestal mee op de grond terechtkomt. Het was ook niet op de grond terechtgekomen maar rechtstandig op Leen zijn hoofd. Voorzichtig keek hij naar links en rechts of dat niemand het had gezien. Dat bleef niet lang onopgemerkt het bloed stroomde langs alle kanten van zijn hoofd.
Ik bracht hem naar de EHBO post van het bedrijf waar we werkten en daar werd hij verbonden. Het bleek dat er een slagadertje was geraakt want het wilde niet stoppen met bloeden, ergo, het snelverband wat onder zijn kin zat vast geknoopt gaf hem een aanblik van Saartje die door Swiebertje een gat in haar hoofd geslagen was. Ik bracht Leen naar de plaatselijke arts, die tevens zijn huisarts was, die met een paar krammen de wond hechtte zodat we na een half uur weer door konden. Nu zou je denken een paar hechtingen dat is toch geen ongeluk dat het vermelde waard is, wie heeft er nu niet een paar hechtingen opgelopen op zijn werk. Dat is ook zo, niet de hechtingen is het vermelde waard maar het verwijderen daarvan. Tien dagen na het voorval melde Leen zich weer bij zijn huisarts om de hechtingen te laten verwijderen. Drie keer trok Leen een pijnlijk gezicht en voordat hij naar zijn werk ging nam hij eerst een douche. Tien dagen je haar niet goed kunnen wassen terwijl je werkt aan boord van een schip vol stof en vuil is geen pretje. Na heerlijk te hebben gedouched kamde Leen zijn haren voor de spiegel. ‘He, hè dat frist op.’ Met de laatste haal schoot de kam uit zijn hand en de kreet die hij slaakte was bij de arts te horen. Er was een hechting blijven zitten, de arts had er een vergeten en die had Leen zelf met de kam verwijderd.
Het voorval wat de meeste indruk op mij heeft gemaakt was toen een jongen die nog maar enkele maanden bij Discom werkte met zijn hand op de kantbank leunde terwijl zijn collega, niets vermoedend, probeerde een plaat ijzer haaks om te zetten. Maanden is de knul uit de roulatie geweest. Onvoorzichtig, onoplettend, of onervaren. Oorzaken van ongelukken of ongelukjes zijn meestal niet te achter halen. Geluk, dat is zeker, gelukkig zijn we van geluk niet afhankelijk. Met alle mogelijke middelen kunnen we geluk afdwingen maar veiligheid moet voorop staan ook al staan we er niet altijd bij stil.
Water lekkage
Het was net na de bouw van de huidige loods aan de Baanhoek dat op een dag de controleur van het waterleidingbedrijf de meter stand kwam opnemen. Nu is er in de loop van de jaren nog al eens gebouwd en verbouwd op het terrein. De ‘villa’, waar we het kantoor hadden ingericht, was het eerste pand wat op het terrein waar een watermeter was geplaatst in de jaren zestig. Daar vanaf waren alle uitbreidingen aangesloten op de waterleiding. De loods waar Kooiman nu zit, Buitendijk maar ook Discom. De man kon er geen wijs uit worden.
Ik had tijdens de bouw het een en ander opgestoken van het leidingwerk onder het terrein en ik werd dan ook verzocht om deze man de hoofdmeter te tonen zodat de stand opgenomen kon worden. Na wat gezoek in oude tekeningen kwam ik uit in de ‘villa’. ‘Ik geloof niet dat je hier moet wezen, volgens mij komt de hoofdleiding bij de andere loods binnen’ zei Joop, ‘Zoek maar even maar ik denk dat je hier verkeerd zit. Ik ben even weg, kijk maar of je de meter vindt’. Ik was overtuigd dat ik op het goede spoor zat.
‘Hier onder de vloer moet de meter zitten’ zei ik, ‘Ik moet even kijken waar het toegangsluik zit, dan kunnen we onder de vloer’. In de hal, naast het kopieerapparaat, vonden we het luik en na wat heen en weer wrikken met de grendel ging piepend het luik omhoog. In geen tien jaar was blijkbaar de stand opgenomen. Alles zat vast geroest en onder de spinnenwebben en het stond tot op tien centimeter van de vloerbalken vol met water. ‘Ik kom op een andere keer nog wel eens terug’ sprak de man, ‘Ik heb mijn duikersuitrusting niet bij me. Volgende jaar betaal je maar voor twee jaar, in de tussen tijd ken je de kelder leeg pompen en kijken of de meter er werkelijk zit’.
Het zal geen week later geweest zijn dat Joop het kantoor uit liep op weg naar de werkplaats. Het leek wel of de grond onder hem wegzonk. Hij stond tot over zijn knieën in de prut. Alle grond voor het kantoor was verzadigd van het water.
De hoofdleiding was gevonden… en gesprongen.





Voetballen
Wie heeft er niet een zoontje of neefje die een topvoetballer wil of wilde worden. We hebben allemaal wel eens bij zo’n manneke langs de lijn gestaan. Misschien hadden we zelf wel in onze kinderjaren die droom. Een carrière maken in de voetballerij. Het voorbeeld was dan Johan Cruijff, of zoals je wilt voor de oudere, Abe Lenstra. Je stond dan als oudere te kijken hoe dat elftal van enthousiaste jongetjes achter de bal aanholde. Werd de bal naar voren gespeeld dan rennen ze er met z’n alle achteraan. Als je geluk heeft dan blijft het keepertje nog net in zijn eigen zestien meter gebied tot vreugde van de trainer. De trainer heet op dat niveau nog gelukkig de begeleider. De begeleider doet er alles aan om het elftal met elkaar te laten spelen, er een team van te maken.
Maar in het enthousiasme van het spel vergeten ze weer dat ze een plaats in het elftal hebben, een plaats waarop ze spelen, de verdediger hoort te verdedigen en zijn plaats is achter op het speelveld. De aanvaller moet aanvallen en speelt dan ook in de voorhoede. Maar langzaam komt er een leerproces opgang en wanneer de kleintjes groter worden en in een hoger elftal komen te spelen, dan ziet de trainer vooruitgang.
Slapen
Op het terrein in Baanhoek was in die dagen een familiebedrijf gevestigd. Een stacaravan deed dienst als kantoor en kantine. Omdat tevergeefs geprobeerd was om ieder bedrijf dat er gevestigd was een eigen huisnummer te geven was er een klein probleempje met de post. Alle post voor nummer 196 werd bezorgd op kantoor in de ‘villa’. Iedere middag werd de post van dit bedrijf opgehaald door de vrouw van de eigenaar. Op een dag moest een van onze kantoormedewerkers naar de werkplaats en zag de post voor haar nog liggen. ‘Ik ga toch naar achter, ik geef het wel even af dan maak ik gelijk nog een praatje met haar’. Het was altijd gezellig daar in die caravan. Het gaf niet wanneer je aan kwam lopen, altijd tijd voor een praatje en meestal hing er een walm sigarettenrook en rook je de patat lucht van de avond daarvoor. Drie treetjes moest je op om binnen te komen. Op de onderste tree kwam hij er al achter hoe het kwam dat ze de post nog niet had opgehaald. Languit lag ze te slapen op de vloer en dat ze sliep daar was geen twijfel over mogelijk het leek wel een houtzagerij. Met haar kleindochtertje, waar ze die dag op paste, in de armen deed ze haar middagdutje, een echt familiebedrijf.
Brand
Dit bedrijf had een activiteit waarbij ze door verhitting rubber binnenvoering uit persleidingen verwijderden. Ik denk niet dat dit gebeurde met goedkeuring van de milieudienst, mede omdat de eigenaar mij iedere keer vroeg of we ‘s avonds werkten. Als we dat niet deden ging hij aan de slag met enkele mensen om met behulp van grote branders de pijpen warm te stoken. Als de pijp te warm werd vloog het rubber in de fik hetgeen met grote rookontwikkeling gepaard ging. Ik zat op een avond thuis naar het journaal te kijken toen de brandweer met veel kabaal langs reed. We keken hem na en zagen dat hij het terrein van Discom op draaide. Als er brand was op het terrein wilde ik er bij zijn dus ik sprong in de auto en ging er achteraan. De brandweer stopte voor de deur van Discom. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ik, ‘Ben je verkeerd? Moet je hier wel wezen?’. De commandant keek verbaasd in het rond, ‘Er is gebeld van GM vandaan dat er brand zou zijn op een sleepboot die op de kant ligt voor hun kantoor’.
‘Dan moet het hiernaast zijn daar ligt een sleepboot op de wal’ zei ik en we liepen naar het pand naast ons. Niemand was er aanwezig maar vlammen en een enorme rookzuil steeg op uit een persbuis die rechtop achter de sleepboot stond. Met een poederblusser was het binnen enkele tellen geblust. Witte rook steeg op uit de pijp en een van de brandweer mannen maakte nog een grapje: ‘ we hebben een nieuwe paus, maar waar zijn nu de priesters, het personeel?’
‘Daar komt er een aan, hij ziet helemaal rood van de inspanning,’ zei de commandant, ‘Ken jij hem misschien?’ Ik zag dat het de eigenaar was. ‘He, hè, nu ben ik toch te laat, ik ben door die griebes bij jouw achter heen gegaan om te zeggen dat je niet de brandweer moest bellen maar ik zie dat je hen al gewaarschuwd hebt’. Zuchtend en blazend van de inspanning liet hij zich neervallen op een stapel pallets. Via braamstruiken en brandnetels was hij naar de dijk gegaan en halverwege terug gekeerd want de brandweer kwam er al aan. ‘Ik heb helemaal niet gebeld, ik had niet eens in de gaten dat er brand was,’ zei ik. Onder het genot van een pilsje deed de commandant uit de doeken waar de melding vandaan gekomen was, men dacht dat de sleepboot in de fik stond.
‘Dat wilde ik nu net aan Leen gaan zeggen. Mijn poederblusser weigerde en ik wilde voorkomen dat jullie voor niets zouden uitrukken’, zei de man. ‘Geen punt van maken’ zei de commandant, ‘We worden er voor betaald en krijgen van jouw nog een pilsje toe’
Hamer kwijt
We werkten alweer enkele maanden in de nieuwe loods toen op een dag Toni zei: ‘ik ben al enkele dagen mijn hamer kwijt. Weet jij soms waar die gebleven kan zijn?’ Ik had hem niet gezien en hoe we ook zochten we konden hem niet vinden. ‘Ik bestel wel een nieuwe’, zei ik ‘Vinden we hem alsnog dan hebben we een reserve hamer’. Twee weken later vertelde Joop dat er van een klant in Schotland een klacht was binnengekomen dat er een demper was geleverd die een verschrikkelijke herrie maakte. ‘Weten jullie wat de oorzaak ken zijn?’ vroeg hij. Als we dat zouden weten was de demper weggegaan met een rammel en dat hadden we niet gemerkt. ‘Ik laat hem wel terug komen’ zei Joop dan kijken we wel wat er aan de hand kan zijn.’ Drie dagen later arriveerde de demper en na enkele uren wisten we wat er aan de hand was. Via de inlaatpijp keken we naar binnen en daar lag Toni zijn hamer. We probeerden hem er uit te halen maar het lukte niet via de inlaatpijp. Toni heeft drie elektrode aan elkaar gelast en met die lange elektrode heeft hij de kop van de hamer aan het resonantieschot vast gelast. De steel zal in de loop van de jaren wel verbrand zijn.
Meters maken
‘Er komt een jongen bij ons werken via het arbeidsbureau, wil jij hem opvangen, hij moet nog veel leren maar met een beetje goede wil kunnen we er best wat van maken,’ zo kwam Joop op een dag de loods binnen, ‘Hij heeft wel geen technische opleiding maar kijk maar of je er wat aan hebt.’ Drie dagen later stapte er een kleerkast de loods binnen. ‘Ik moet me melden bij een zekere Leen,’ zei hij. ‘Die heb je nu gevonden, waar ken ik je mee helpen?’ vroeg ik. Nadat hij me vertelde wie hij was en wat hij kwam doen werd hij aan een oudere collega toevertrouwd die hem als maatje allerhande karweitjes liet doen. ‘Hans, je moet even twintig strippen knippen van 30 x 3 en 300 lang. Die was compleet algebra voor hem. Na enkele dagen vertrouwde hij mij dan ook toe dat hij absoluut niets van cijfers of rekenen af wist. We probeerden het wel, er werd zelfs een soort eenvoudige liniaal op de schaar getekend maar, echt, hij kon gewoon niet tellen.
De jongen wilde alles doen maar het moest niets te maken hebben met getallen of cijfers. Bij het getal 5 stopte het bij hem. Voor de rest was het een leuke spontane knul, niks verlegen om zijn ‘handicap’, in het weekend draaide hij gewoon mee met zijn kameraden. Het enigste was misschien dat hij in de war raakte met het aantal pilsjes die hij dronk, het waren er nooit meer dan 5. Wel had hij een eigen cel op het politiebureau cel nummer 3, dat wist hij precies. In overleg met de directie werd besloten om hem mee te laten lopen in de lasopleiding die Wout Bunt opdat moment verzorgde bij Discom. Uren zat Hans te lassen, geduldig werd hem uitgelegd wat de bedoeling was. De stand van de knoppen werd uitgetekend op een vel papier welke hij angstvallig bewaarde in zijn kledingkast. En inderdaad de uren die Wout en Wim erin besteedde begonnen vruchten af te werpen. Het werd een regelmatige las, het begon wat te worden. ‘Kan ik het nu, word ik al een lasser?’ vroeg hij op een morgen. ‘Het begint al wat te worden maar je moet nu meters maken’ zei ik. De uitdrukking meters maken is een algemeen bekend begrip als je het heeft over lassen maar Hans was er niet bekend mee. Waarschijnlijk heeft hij de hulp van een ander in geroepen bij het knippen want een half uur later zag ik hem voorbij rijden met een kruiwagen vol met strippen. ‘Wat ben je aan het doen Hans?’ vroeg ik hem in het voorbij gaan. ‘Ik heb strippen geknipt van een meter lang die ga ik nu aan elkaar lassen…’
Saka Zoeloe
De titel muziek van een televisie serie scoorde hoog in de tip parade. Het was een serie die zich afspeelde in de binnenlanden van Afrika. Het ging over leven van de slaven die werden verkocht, mede door onze voorouders, naar de plantages in Amerika. Die titelsong werd wel 3 maal per uur gedraaid op de radio. Een van onze collega’s had een verschrikkelijke hekel aan dat plaatje, terwijl andere het juist een leuke plaat vonden. Kwam nu die plaat op de radio dan werd de volumeknop helemaal open gezet, het daverde door de loods en bijna een ieder brulde Saka Zoeloe mee. ‘Leen, wil jij eens proberen hier war aan te doen’? vroeg Toni op zekere dag ‘ Ik heb het op alle mogelijke manieren geprobeerd maar ze pesten me er steeds mee, ik ken er niet tegen, vandaag of morgen sla ik de radio van de plank af als ze die plaat weer zo hard zetten.’ Ik probeerde het wat te sussen maar hij was niet voor rede vatbaar. ‘Als je de radio er vanaf slaat kost het je wel een nieuwe, het is mijn radio’ zei ik nog tegen hem.
Het was een paar dagen later, Toni had verschillende malen gevraagd de radio niet harder te zetten, toen ik een collega via het materiaalrek naar de radio zag sluipen. Na het nieuw zou Saka Zoeloe wel weer komen. Ik waarschuwde Toni nog om niet te reageren maar hij kon zich niet inhouden. Het volume ging helemaal open, Saka Zoeloe knalde door de loods, Toni keek op zag zijn collega met een grijs van oor tot oor wegrennen en met een worp als van een discuswerper vloog de lijmklem, die hij opdat moment in zijn handen had, door de lucht.
Blauwe vonken, een knal en veel stof was het gevolg. De radio zweeg, verwondering alom, deed dat nu die man die nooit boos werd, die altijd in was voor een geintje, hij plaagde toch zelf ook wel eens? Dit was nu de welbekende druppel die de emmer doet overlopen. Plagen is een ding maar als plagen echt pesten wordt kunnen er onverwachte dingen gebeuren.
Vruchtenpuntje
Al jaren bracht Marco gebak mee als er iemand jarig was. Zijn vader was toen bakker en de kwaliteit was uitstekend. Daar kwam nog bij dat als Marco gebak meebracht hoefde je zelf niet te halen. Nu hield Toni niet van slagroom gebak en voor hem bracht Marco altijd een vruchtenpuntje mee. De bakker wist, bij het gebak voor Discom moest een vruchtenpuntje zitten. Het was altijd een sport voor Toni om dat vruchtenpuntje te krijgen. De jongens probeerde het altijd weer om Toni op de kast te krijgen door juist dat gebakje te pakken. Na een aantal keren gaf Toni het maar op: ‘nee, ik hoef geen gebak’ zei hij als het vruchtenpuntje er al uit was.
Helaas is Toni op jonge leeftijd ernstig ziek geworden en na een ziekbed van enkele maanden is Toni overleden.
We zijn op het kerkhof in Dordrecht met alle collega’s afscheid wezen nemen van hem. Een collega, slechts enkele jaren ouder dan de meeste van ons die er toen werkten.
Het zal een dag of twee later geweest zijn dat er een collega jarig was en de bakker gezorgd had voor een doos gebak met daarin een vruchtenpuntje. Het vruchtenpuntje bleef over.
Als ik, of collega’’s van die tijd, een gebakje gepresenteerd krijgen en er liggen vruchtenpuntjes op de schaal of in de doos gaan de gedachten weer naar Toni.
Uitstapjes
Hoeveel uitstapjes dat er zijn geweest in de afgelopen jaren weet ik niet meer precies. We zijn wezen zeilen, skiën, kanoen, door cowboys gevangen, met de paardentram en zelfs waren we in de roze buurt van Amsterdam.
Sommigen blijven me beter bij staan dan de andere. Zelf vond in het kanoen op de Lesse een van de leukste uitstapjes terwijl andere misschien een ander uitstapje gezelliger vonden. Ik ken me nog van die dag herinneren dat er een koppel ruzie kreeg al tijdens de busreis naar Winterberg en twee dagen lang niets anders deden dan schelden op elkaar. Voor hen zal het niet een van de leukste uitstapjes zijn geweest. Op de Lesse was er ook een stel die om de haverklap mot hadden. We lagen met onze kano naast Bas afgemeerd aan de oever van het water. ‘Moet je opletten, ‘ zei Bas ‘Als er iemand langskomt moet je wijzen naar de twee bergbeklimmers daarboven op die steile rots. Opdat moment kwamen Marcel en Alice langs de rotspunt gevaren Ze waren al tien keer omgeslagen met hun kano en op het moment dat ze langs ons heenvoeren riep Bas: ‘moet je eens daarboven kijken hoe hoog die bergbeklimmers zitten.’ De twee in de kano keken tegelijk naar boven en tjoep daar draaide de kano voor de elfde keer zich om. ‘Kijk dan niet naar boven’ riep Marcel, ‘Daar heb je het alweer, als jij niet stil zit flikkeren we om’.’ Hij had niet in de gaten dat hij zelf ook omhoog keek. Op zo’n vijf kilometer voor het eind van de tocht was er een waterval. We kwamen er als eerst aan en zijn er als laatste weggegaan. Je zag van alles voorbij komen, kano’s zonder mensen, mensen zonder kano, pedels en bagage. Het zou te ver gaan om alle voorvallen hier op te noemen maar ik zal een paar kernwoorden geven dan komen de herinneringen en verhalen vanzelf. Sjaak heeft vrienden onder de indianen. Bierpullen gooien. Kano verdwijnt onder water met een vertegenwoordiger.
Hoepelen en steltlopen. Dertig man in een paardentram. Japans eten in kimono. De Efteling en de overnachting. Een vent klem in een kano.
Mossel eten. Tennis kampioen. Zeilen in Loosdrecht.
Dit bedoel ik met terugblikken, leuke dingen herinneren.
Verhuizen
Zo komen we haast ongemerkt aan bij de verhuizing. De eerste verhuizing deden we nog zelf, een paar keer heen en weer met de Kadett en de aanhangwagen, twee keer een bakwagen van de Baltax en we waren over. Bij de verhuizing naar Baanhoek kwam er al meer organisatie aan te pas. Op vrijdag inpakken en op zaterdag over. Met een club van een man of tien en enkele vrachtauto’s werd toen de klus geklaard.
Anno 2000. Er werd een verhuiscommissie ingesteld die in grote lijnen de verhuizing moest regelen. Weken van tevoren werden er afspraken gemaakt met transporteurs. Tot in de puntjes werd alles geregeld hoeveel mensen er op welke dag, waar aanwezig moesten zijn. Maanden van tevoren werden er al spullen in kisten en kratten verpakt. Lasschotten werden gemaakt en in een groene kleur gespoten. Oude werkbanken en rollerbanken werden blauw gemaakt. Alles kreeg een nieuwe kleur. Blauw, groen en gele kranen. Van alle kanten kwamen er opmerkingen. “Geen gezicht straks, dat staat toch niet in een fabriek” Iedereen had wel wat aan te merken. En dan komt de dag, alles wordt in een paar dagen ingepakt en over gereden naar Alblasserdam.
Weer een gedeelte wat wordt afgesloten. Terug kijken. We zaten hier toch best. Wat gaat er nu gebeuren in Alblasserdam?
Kerst 2000. Niks geen Kerstlunch, werken. De loods moet worden ingeruimd. Nieuwe stellingen moeten er worden geplaatst. Het was van te voren goed gepland. De ene stelling op Baanhoek uitruimen en inpakken op pallets en randen, overbrengen naar Alblasserdam en bij het inruimen op de nieuwe stelling direct tellen voor de balans. Mooi niet waar. Beslissing te laat genomen. De toeleverancier gaf een levertijd op van twee weken. Stellingen die raap je zo op werd er gezegd. Zet de leverancier maar onder druk De stelling moest twee weken voor de Kerst nog door de toeleverancier in Spanje besteld worden. Ik zag de bui al groeien, die stelling wordt pas na de Kerst geleverd. Navraag bij de leverancier leverde nog een lichtpuntje op, de chauffeur op de vrachtauto was een Hollander en die wilde met de Kerst ook thuis zijn. Een dag na de Kerst arriveerde de stelling. ”Toch nog geluk gehad, we kunnen op gaan bouwen en de stelling inruimen”. Vier uur later was de hoop vervlogen toen we er achter kwamen dat er niet een ligbord was meegeleverd. Daar stond ik dan tussen de pallets met flenzen. “Op Oudejaarsdag komen ze van het accountantskantoor steekproef nemen”. Tellen!
Regeren is vooruit zien. Goed plannen kan veel werk besparen. Maar ijzer is niet met handen te breken. We zijn verhuisd en in de eerste week van 2001 starten we weer. Nova Cura.
Als je Discom beziet door een toneelkijker dan zou je kunnen zeggen dat dit het einde is van het derde bedrijf.
Niet alles zal zijn als het geweest is. Vernieuwing brengt soms veranderingen met zich mee waar we niet bij stil hebben gestaan.
Dat geldt voor een ieder maar ik ben ervan overtuigd dan als we terug kijken na een aantal maanden of jaren dat er weer een verbetering is gekomen. Nu ben ik degene die toevallig het langst in dienst is van Discom en ik heb dus daar de meeste veranderingen meegemaakt maar als je me het eerlijk vraagt zijn de veranderingen steeds verbeteringen geweest. De veranderingen die geen verbeteringen waren worden als vanzelf in een later stadium terug gedraaid.
Wat is er in die jaren niet veranderd?
We werkten de eerste maanden met ons tweeën. We zaten in november met 58 man in een kimono bij de Japanner. Daarvan staan er ongeveer 30 op de loonlijst. Dat is nogal een uitbreiding van personeel. Natuurlijk ging het niet altijd van een leien dakje. We telden 46 mensen die in de 23 jaren dat Discom nu bestaat, op de loonlijst hebben gestaan. Veel personeel verloop? Twee mensen per jaar gemiddeld die een andere baan gezocht en gevonden hebben.
Wat is er in die jaren niet veranderd?
Een boormachine, draaibank, beugelzaag een laskar en wat hand gereedschap daar zijn we mee begonnen. Wat spijkers in de muur waar we het gereedschap op vrijdag op terug konden hangen. Een paar pakken elektroden die we voor een prikkie konden overnemen van de oudijzer boer. Een doosje met boren die steeds korter werden.
Wat is er in die jaren niet veranderd?
Een balk boven in de loods waar een 2-ton’s handtakel aan hing waarmee we de auto’s mee losten. Na een paar jaar werd deze vervangen door een elektrische kraan van 3 ton die nog niet eens voor of achteruit kon rijden.
Wat is er in die jaren niet veranderd?
Een loods van 30 x 20 meter met een vloer van tegels die iedere keer opnieuw goed moesten gelegd.
Wat is er in die jaren niet veranderd?
Werkkleding moest je zelf meebrengen. Stofkapjes? Gehoorbescherming? Veiligheid?
Wat is er in die jaren niet veranderd?
De Pepermolen? Uitstapje? Pensioen? Functioneringsgesprekken? Eindejaarsgesprekken? Kerstlunch? Nieuwjaarsreceptie?
Wat is er in die jaren niet veranderd?
Het was toen toch gezelliger? Je had meer begrip voor elkaar, toch??
Ik dank je de donder, gezellig in de vorst staan werken in de loods omdat de kachel het weer niet deed, met stukken ijzer lopen sjouwen omdat de kraan niet daar kwam waar je moest zijn. Met -10 graden buiten in de ijzige wind een schoorsteen op een schip afbreken en met +30 graden in de machinekamer staan sleutelen. Zo kan ik wel doorgaan. Gezellig vroeger, ja, ja!! Bij een kop koffie er over praten, dat kan gezellig zijn.
De veranderingen die er in de loop van de jaren zijn geweest leiden tot veel gemakkelijker en plezieriger werken. Gelukkig vergeet je de minder prettige dingen snel en blijven de leuke gebeurtenissen langer hangen. Ik zou niet meer terug willen naar de begin jaren van Discom, hoe onwaarschijnlijk het je ook voor komt omdat ik het nogal eens over vroeger heb.
De verhalen van vroeger lijken nu leuker. Bij het begin van dit boekje kwamen de verhalen nog als vanzelf op het scherm en de laatste tijd is het net alsof er geen leuke verhalen meer waren. Niets is minder waar, 20 jaar geleden beleefde je alles op een andere manier. Met vijf man aan boord, wat er ook gebeurde, je wist het. Die verhalen zijn steeds herhaald, het mooie ervan onthouden en de rottige dingen vergeten. Dat is volgens mij de reden.
Ik hoop te beleven dat een ander, over pakweg 20 jaar, als ik gezellig bij de kachel zit, ook nog eens een boekje opendoet over de beginjaren van 2000 en aan het eind hetzelfde als ik nu zegt:
Neem nu maar van mij aan, ’vroeger‘ is alleen maar het terughalen van de leukste ogenblikken, anders niet.
Of zo als een jongere collega jaren later als sign onder zijn email schreef:
Elke minuut dat je je drukt maakt om je verleden, gaat af van je toekomst 12-11-08.JB