Het zijn daar een aantal leuke dagen geweest, ondanks dat het een paar dagen flink waaide. Weer beten de vissen erg slecht en we besloten om donderdag weer door te gaan naar het noorden. Misschien hebben de vissen daar meer trek.

Woensdag belden we naar een camping in de buurt van Hoogezand. We hebben daar een zwager wonen die we eigenlijk veel te weinig zien. Sinds we werken en deels wonen in Tsjechië komt er niet van om naar het noorden te rijden. We zien elkaar meestal eens per jaar. De camping die we vonden heet Camping de Rolke. We hadden het niet beter kunnen treffen. Men had er voor vrijdag een plaatsje zonder stroom maar dan kwam er een plek vrij waar we konden blijven staan. We hebben een grote accu bij ons en een omvormer naar 230 volt zodat ik toch het apneuapparaat zou kunnen gebruiken dus we gingen akkoord met deze optie. We werden direct uitgenodigd om gezamenlijk een biertje te komen drinken in de stal. We konden zelf ons favoriete drankje meebrengen .Ik had nog een paar flessen Gambrinus, daar kon men van mee proeven dus zaten we ’s avonds gezellig met een groot deel van de campinggasten gezellig bij elkaar. Zelfs voor advocaatje voor ‘de brandweervrouw’ werd gezorgd door een mede kampeerder.. Dit viel zo in goede aarde bij de aanwezige vrouwen dat er spontaan door de beheerster een ladysnight werd georganiseerd waar advocaat de boventoon voerde. De moeder van de campingeigenaar bleek een ster in het maken van homemade advocaat.

Zondagmiddag zaten we uit de zon te lezen toen er kinderstemmetjes klonken. Adrie hoorde de kinderen het eerst en schoot, als door een wesp gestoken, overeind. Ze had het goed gehoord, de kleinkinderen kwamen onverwchts toch op visite. Hun vader had gezegd dat hij zondag niet naar het noorden zou komen. Hij had gelijk, er was afgesproken dat ze met Ome Chris en tante Bianca zouden gaan. Het werd een feest, Tatu tatu klonk het steeds weer over de camping. Scott was weg van de brandweerauto. Achter het stuur en maar roepen: “Tatu, tatu.”
Lara toonde zich een echte meid, zij speelde liever met Bianca en oma in de speeltuin van de camping. Klom liever op de glijbaan, om zich naar beneden te roetsjen en op te laten vangen door haar oma.
We hebben daar heerlijk gefietst Na een aantal pittige buien op zaterdag en zondag was het op maandag mooi fietsweer en er werd zelfs voorspelt dat het donderdag boven de dertig graden zou worden. ’s Avonds kregen we visite van onze zwager die samen met Corrie koffie kwamen drinken en ook om de camper eens goed te bekijken Even zaten we buiten maar we moesten echt naar binnen, buiten zitten met een vest aan bleek toch nog te koud. Vreemd weer. Dinsdag morgen was het stralend weer. We besloten om een fietstochtje te maken via de Buitenpolder van Kropswolde, een prachtig natuurgebied achter de camping, naar Haren. Leen voelde zich niet al te best deze ochtend, moest al meerdere keren snel naar het toilet, een gevolg van het verwijderen van de 2.6m darm in Plzen.’s Morgen moest hij een goed uur geduld hebben voor we op weg konden. We besloten dan ook niet te ver uit de buurt van de sanitaire voorzieningen te gaan. Een rol papier ging mee mocht het onverhoopt toch nog tot een onverwachte stop komen dan waren we er op berekend.. Het werd een prachtige tocht. Je waande je op een eiland, het was overweldigend. Je hoorde niets anders als de geluiden van de dieren om je heen, het kwetteren van meerkoeten, krijsen van meeuwen en kwaken van eenden en kikkers. En buiten het fluiten van merels koeren van duiven om, het tsjilpen, fluiten en roepen van de voor ons onbekende vogelsoorten.
Prachtige fietspaden en bankjes waarop je ongestoord vogels kon observeren. Natuurlijk hadden we de twee verrekijkers niet vergeten die standaard in de camper liggen. Toen we na een kop koffie en een broodje uit de meegebrachte mondvoorraad te hebben genuttigd kwamen we in de buurt van Haren. Een pracht omgeving met in de verte de silhouetten van hijskranen aan het Wintschoterdiep..
     
We kwamen slechts een handvol fietsers tegen en een paar joggers. Toch fietsten we de laatste kilometers naar de bewoonde wereld flink door. Leen moest een toilet zien te vinden. Het dichtbij zijnde dorp leek niet meer haalbaar en hij keek dan ook al uit naar een plekje uit het zicht. Nog even van het fietspad af richting een brug, en daar stond de oplossing. Midden op de brug, langs een parallelweg van de provinciale weg tussen Waterhuisen en Haren stond warempel een ‘Dixi toilet.’
Wat een service van de VVV of de Het Stichting Groninger Landschap dacht hij nog en inspecteerde de staat van het geheel. Het zag er prima en schoon uit. Adri zou de wacht houden en terwijl hij gebruik maakte van deze voorziening stopte op de weg, pal voor de ‘Dixi’ een grote auto waarvan een woedende heer het raampje opendraaide en vroeg of het allemaal wel wilde lukken. Verbaasd dat de service zover ging dat men informeerde of het allemaal naar wens was antwoorde Leen dat hij verbaasd was over de manier waarop Groningen de toeristen aan zich wilde binden. Het bleek echter op een misverstand te rusten hetgeen we wel door hadden gezien de toon waarop hij dit vroeg. De man had geen belangstelling over de kwaliteit van het gebeuren maar kwam vertellen dat hij deze ‘Dixi’ had gehuurd. Leen vertelde de man dat hij het waarderen kon dat hij hier het toilet had geplaatst. Het was hem goed van pas gekomen en hij vertelde de oorzaak van de plotselinge sanitaire stop en bedankte de man vriendelijk. De man bond een weinig in en begreep na de uitleg dat hij het toch wel kon begrijpen. In de verste verte was er geen activiteiten te bekennen, geen wegwerkers, geen bouwplaats of landbouwers te zien waar je om toestemming had kunnen vragen als dit al überhaupt aan de orde had geweest. We waren er echt van overtuigd geweest dat het een voorziening was geweest als de bankjes langs de weg, als de observatieplaatsen langs het meer.
‘Dan zullen we maar denken dat dit de goede daad voor vandaag was. Iemand uit hoge nood helpen’
We bedankte de man en adviseerde hem om voortaan de deur te voorzien van een hangslot. Toen de man was ingestapt konden we ons niet meer inhouden, we hebben gelachen tot we de eerst huizen van Haren hadden bereikt.
De camping lag aan de overzijde van een groot park met veel visvijvers. ‘s Morgens vroeg of wat later op de dag werd er veel vis gevangen. Er moesten grote karpers in rond zwemmen. Een wat oudere man kwam steevast ’s avonds kijken en een praatje maken Hij vertelde dat hij brasems als vloermatten ving op de plaats waar ik zat te vissen en ook de voorn die hij had gevangen zouden van wonderbaarlijke afmetingen zijn geweest. Het zal wel aan de maden hebben gelegen. Ik had maden die op de zaterdag van vertrek nog even snel in Sliedrecht waren gekocht. Ik ving niets anders dan bliekjes van 8 cm een baarsje van 12 cm is het grootste wat ik die week had gevangen. Aantallen? Het was ingooien en ophalen, dertig in een uur. We hebben de BBQ niet opgezocht om vis te garen, we zijn langs de visboer gereden. Die serveerde heerlijke kibbeling in kartonnen bakjes.

We wilden op woensdag eens een rondje fietsen rond het Zuidlaardermeer. Kijken of we sporen konden ontdekken van de beroemde Berend die zoek geraakt was op dit meer. Ergens op een klein pleintje naast een boekwinkel waar we een regionale krant kochten stond een standbeeld van deze Berend in een klein bootje. Het werd al flink warm die dag en we moesten nog een kleine 5 km fietsen naar de camping toen op een grindpad de achterband van Adrie haar fiets klapte. Beteuterd stond ze naar de band te kijken. Van de opmerking “gelukkig is alleen de onderkant van de band leeg” werd ze ook niet vrolijker.
Ruim tien jaar fietsten we rond met het bekende rode doosje van Simson maar juist deze keer niet. Nieuwe fietsen nieuwe tassen, het doosje konden we bijna zien liggen in de camper. Na een paar kilometer te hebben gelopen kwamen we bij een pontje dat ons overzette naar een camping aan waar het fietspad langs tenten en caravans verder liep. Een vriendelijke bewoonster porde haar man wakker toen ze zag dat we een lekke band hadden en droeg hem op hun doosje plakkers op te zoeken. In een oogwenk was de band geplakt. Adrie had ondertussen een heel gesprek gehad en beloofde de andere dag enkele foto’s af te geven van de brandweerwagen voor haar kleinzoon.
Natuurlijk brachten we die en een nieuw stapeltje plakkers. We moesten toch naar de fietsenmaker, de solutie was keihard geworden en de plakkers van ouderdom opgekruld.
Donderdag vertrokken we richting Enkhuizen. Ooit waren we daar met een clubweekend van www. dubbellucht.nl geweest maar hadden door tijdgebrek alleen naar het binnenmuseum geweest. Dit jaar zouden we het buitenmuseum bezoeken. De weersverwachting voor vrijdag was niet zo zonnig dus planden we die dag om daar naar toe te gaan. Het was mooi weer toen we via Friesland naar Lelystad reden. Ergens tussen Drachten en de Lemmer reden we een parkeerplaats op en vonden een pracht plekje om koffie te zetten en onze boterhammen op te eten. Helaas had ik geen maden meer bij me anders hadden we die middag daar doorgebracht met vissen want via een trap kwam je op een vlonder vanwaar je prima zou kunnen vissen. Over de dijk vanaf Lelystad reden we naar Enkhuizen. We vonden een plekje op de stadscamping hoewel we op zoek waren naar dezelfde camping waar we met de club hadden gestaan. Op een schoolbord bij de receptie stond geschreven dat er niemand aanwezig was en we maar een plekje moesten uitzoeken. Het begon die middag al een beetje te regenen toen we op de fiets het stadje verkenden. Natuurlijk moesten er nog wat boodschappen gedaan worden en we keken gelijk waar we verkeerd waren gereden. Niet dat het veel uitmaakte, we hadden een mooi plaatsje. Voorzien van Wi-Fi waar we die avond de openingstijden vonden van het museum.

De volgende morgen moesten de paraplu’s opgezocht worden en ook regenkleding. De regen kwam met bakken naar beneden maar het waren buien, grotere en kleine maar het bleef de hele dag wel regenen. Problemen toen we werden afgezet door de boot die pendelt tussen parkeerterrein voor Enkhuizen, het station en het museum. Onze fietsen hadden de hele dag in de regen gestaan en de fiets van Leen had kuren. De trapondersteuning liet het regelmatig afweten. We dachten dat het van het vocht zou komen maar een week later toen we thuis waren ontdekten we dat de gever aan de spaken, die e.e.a. regelt voor de fietscomputer, was verdraaid, misschien om gestoten toen we de fietsen tegen elkaar aan een lantaarnpaal vastzetten. ’s Avonds hoorden we van het huisfront dat er post was binnengekomen van het Erasmus MC. Leen was opgeroepen om halverwege de volgende week voor een intake gesprek te komen en moest een aantal controle scans ondergaan.
Omdat de weersvooruitzichten niet veel goeds voorspelden in de eerste helft van de volgende week besloten we om zaterdag niet naar Alkmaar te gaan maar door te rijden naar huis.Wel zijn we nog naar het stoomgemaal gereden dat ingericht was als museum. Hier onder vind je in de slideshow met wat beelden van beide musea.

De vakantie is voorbij. En gelukkig kunnen we weer aan het werk
Onze Facebook pagina
8-6-2013

Het regende de eerste week van Juni toen we nog in Tsjechië waren. Het plan was om op 1 juni met de brandweerwagen op vakantie te gaan maar daar kwam iets tussen. Er moest een kwaliteitsaudit worden uitgevoerd op het productiebedrijf en men had graag dat ik aanwezig zou zijn. Zodoende vertrokken we een week later naar Giethoorn, de camping waar we in 2012 na de zomervakantie waren vertrokken. En we hadden daar bij ons vertrek gezegd dat het niet onze gewoonte is om meerdere keren dezelfde campings te bezoeken. Groot was dan ook de verwondering van de campingbeheerster toen de brandweerauto de camping op reed. Dat we weer deze camping bezochten was niet zonder reden. We moest noodgedwongen vorig jaar een aantal dagen op de camping blijven omdat Leen last had van maag en darmen. We hadden nogal wat meegemaakt het afgelopen jaar. Enkele maanden later lag Leen in Plzen in het hospitaal waar enkele tumoren werden verwijderd. Maar voor het einde van 2012 kregen we toch weer hoop, de diagnose was NET-kanker graad 1. Er bleek nog hoop te zijn. Begin februari zijn we weer vertrokken naar Blovice om ons werk daar weer op te pakken.
Nadat we het een en ander hadden verteld konden we weer op het plekje naast de ingang gaan staan. Waar kan je nu beter je vakantie beginnen dan bij het punt waar het vorig jaar geëindigd was en Leen zich toe zo ziek voelde. De beheerster toonde zich toen erg bezorgd en wilde er een arts bijhalen. Maar gelukkig we zijn wer terug in de Kop van Overijssel.