Aanhangwagen.
Ik reed in die tijd met een Opel Kadett. Dit was nu niet bepaald een auto om lengten hoekijzer in te vervoeren dus werd er een aanhangwagen gekocht. Van de eerste kennismaking met de onwillige kar heb ik reeds verteld. Ik was bijna verongelukt met de takel. Op een zekere dag moest ik een dieselolie tank maken in een 20 feet container. Er was nogal haast bij en ik ging zelf de platen halen in Hardinxveld. 15 platen van 3.0 x 1.5 meter en 4 mm dik. Dat moest kunnen en ik ging op weg met wat spanbanden naar van Noordennen in Hardinxveld. Met een kraan werd het stapeltje platen in de kar gelegd. Ik vond wel dat de kar een heel eind zakte. Langzaam ging het op Sliedrecht aan. Ik kon niet harder dan 30 km want dan begon de kar een eigen wil te krijgen
Ik was expres via de polder gegaan want daar komt weinig verkeer. Wel reed de politie daar en moest ik naar de kant. ‘Wat weegt zo’n plaat ijzer?’ Vroeg hij bars. ‘Ik denk 50 kg per stuk’ antwoordde ik. Na wat gerekend te hebben moest hij alle papieren zien en werd de aanhanger grondig aan een inspectie onderworpen. Er klopte werkelijk niets van. Geen veiligheidskabel, geen borg, licht niet in orde en tot overmaat van ramp zat Leen van de Linden zijn kentekenplaat nog gemonteerd. Tjonge, wat was die man kwaad. Waar haalde ik de lef vandaan om met zo’n oude auto en zo’n ondeugdelijke aanhangwagen op de weg te komen. Wat moest ik daarop zeggen, de man had volkomen gelijk.
Ik telde in gedachte de bedragen van de boete al op en kwam uit in de buurt van Fl 500, Op dat moment kwam over de polderweg een Opel Manta aangescheurd die precies door een plas reed waar wij naast stonden. We zagen er niet uit. De modder droop de agent van zijn pet. Ik was ook zeiknat. De agent sprong in zijn wagen en ging achter de Opel aan. Ze waren te volgen tot aan Giessenburg toen ben ik in de auto gestapt en ben weggereden. Hij had zeker nog niet mijn kenteken opgeschreven want we hebben er nooit meer iets van gehoord.
Transportbedrijf
Naast Discom was een transportbedrijf gevestigd die de meest krakkemikkige vrachtauto’s bezat. Als je verslapen had dan kreeg je de ‘strafauto’ toebedeeld. In deze auto zat absoluut geen luxe, geen radio, ramen die niet goed afsloten, een stoel waarop je het geen twee uur volhield en tot slot moest je een van de honden meenemen. Deze honden liepen ‘s nachts in de garage en konden in de oude vrachtauto slapen. Een van deze honden leefde in de auto en verliet deze alleen om zijn behoefte te doen.
De gehele garage was ondergescheten door de beesten en het stonk dan ook verschrikkelijk. Eens in de twee maanden werd de brandslang bij Discom geleend en werd de garage schoon gespoten. Er kwam dan een golf met olie, poetsdoeken en plastic bekertjes de garage uit en dit bleef dan gewoon bij Discom voor de deur liggen totdat het weg gewaaid was. Op zekere dag, het was warm weer, kwam de lucht van hondenstront je weer tegemoet toen we de loods uit kwamen. Wout, die zich al enkele keren hierover kwaad gemaakt had, stoof op de garage af en brulde de eigenaar toe: ‘als je nu niet die vuile zooi van je opruimt bel ik de politie’. De man, zich op dat moment van geen kwaad bewust, keek op en zei:’ waar heb je het over kerel, wil je de politie roepen? Wacht maar daar komt de politie juist de hoek om’. En inderdaad de man liep naar de politieauto toe en hield deze aan.
De agenten kwamen de bus uit en vroegen wat er aan de hand was, waarop de garagehouder zei: ‘dat weet ik niet, die man daar had U nodig.’ Inderdaad bleek dat hij helemaal niet wist waar dat Wout het over had, want nadat Wout het de politie uitgelegd had keek de garagehouder of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘Dus je hebt problemen met die zooi die daar ligt’? vroeg hij Wout. Wij beaamden dat direct. Het stonk verschrikkelijk. ‘Morgenochtend is het weg’ zei hij. Inderdaad al het vuil lag de andere dag aan de andere kant van de straat. Het lag ons uit de weg. Een paar dagen later heeft de gemeente daar een bord neer gezet met daarop: ‘verboden vuil te storten’.
Alleen werken 1
In de begin jaren kwam het regelmatig voor dat op de meest onverwachte momenten er overgewerkt moest worden. Zo ook op een avond belde Siem, van Genko, mijn collega op dat er een vrachtauto met grote H-balken onderweg was die dezelfde avond gelost diende te worden. Als ik dan ook om acht uur er zou zijn, dan was het in een half uurtje gebeurd. Ik ging direct op weg naar de Leemansstraat want er lag nog veel materiaal onder de ‘kraan’. We hadden in die tijd zelf een H-balk aan de dakspanten gehangen met een takel eraan. Een week ervoor was de handtakel vervangen door een elektrische takel maar deze kon alleen nog maar op en neer. Eventueel kon je met veel mankracht een paar meter de takel verplaatsen aan de H-balk maar erg soepel ging dit niet. De manier van lossen ging als volgt. Als er een vrachtauto met platen ijzer gelost moest worden dan werd er een strop om heen geslagen en een paar decimeter opgelicht. De auto reed er onderuit en we lieten de vracht dan op de grond zakken. Daar bleef dit liggen tot dat het verwerkt was of we gebruik konden maken van een heftruck van de buren.
Zo ook die avond. Via een gat in de muur tussen Discom en Genko kon ik bij de sleutel van de loods van Genko komen waar ik de heftruck weg haalde. De schakelaar van de verlichting was ergens achter in de loods geplaatst en omdat ik bang was om een been te breken over de rommel die er in die donkere hoek stond startte ik de heftruck in de donker. Nu was dat niet zo’n beste heftruck, onderhoud en keuring, het bestond wel maar toegepast werd het niet. Oliepeil controleren en koelwater bijvullen was het enige wat er gedaan werd. Ik had de heftruck nog maar enkele centimeters naar voren gereden, of een verschrikkelijk kabaal brak los in de loods. Er vielen allerlei dingen omver en er vlogen blauwe vonken in de rondte. Wat was er gebeurd? Die middag was Siem bezig geweest een fundatie te maken van kokerprofiel 200x150 mm. De fundatie was zo’n 3 meter lang en door het lassen was die wat krom getrokken. Om hem weer recht te maken had hij de fundatie aan een kolom van de loods vastgelast en met de heftruck er spanning op gezet waarna hij de fundatie warm had gestookt. Omdat de handrem van de heftruck niet meer werkte had hij tussen de truck en de muur een paar lege olievaten geplaatst om te voorkomen dat de heftruck achteruit zou gaan. Met een knal knapte de strop tussen heftruck en fundatie, de vaten vlogen in het rond en kast met bouten en moeren die aan de kolom hing kwam naar beneden. De laskar die tussen de fundatie in stond kreeg ook een zwieper en in de lastang zat nog een stuk elektrode die contact maakte en begon te vonken.
Zelden ben ik zo geschrokken als toen. Even dacht ik dat het hele dak van de loods naar beneden kwam. Ik ben van de heftruck gesprongen en naar buiten gevlucht. Ik durfde eerst niet meer naar binnen. Verbouwereerd stond ik om de hoek te kijken toen de heftruck langzaam aan naar buiten kwam. Gelukkig kwam op dat moment mijn collega eraan en scheen met zijn koplampen in de loods. Wat een ravage. Er was nog een bak met afgewerkte olie omgevallen.
We hebben de ergste rotzooi die avond nog opgeruimd nadat de vrachtauto gelost was maar de rest mocht Siem de andere dag doen. Hij wist immers dat we die avond de heftruck nodig hadden. Hij was degene die naar mijn collega had gebeld. Erg moeilijk deed hij niet over het opruimen van de puinhoop, uiteindelijk was de fundatie recht geworden. Ik blijf volhouden dat het laatste rukje nodig geweest is en hem recht heeft getrokken.
Alleen werken 2
We moesten nu snel een goede bovenloop kraan hebben in de loods. Er werd over gediscuteerd en de uiteindelijke beslissing werd, zelf ‘s avonds maken. Er werd aan gerekend en op een achterkant van een sigarendoos getekend. Het zou een enkele bovenbalk worden. Wielkasten werden gemaakt en de bovenbalk besteld. Op een zekere avond vroeg Wout of ik de volgende avond het materiaalrek wilde verplaatsen dan zouden we de avond daarop de kolommen aan de muur bevestigen. Ik wist niet beter of hij zou er die avond ook zijn maar het bleek achteraf dat hij die avond naar school moest.
Het was in de tijd dat er onrust was in Nederland, er was een trein en school gekaapt geweest en op die dag was er een bezetting in het provinciehuis in Assen. Ik was alleen bezig en om tien minuten voor acht zou ik nog even met behulp van een stuk 2 duimse pijp het rek om wrikken. Dat het tien voor acht was weet ik nog zo goed te herinneren omdat ik even naar het nieuws wilde luisteren hoe dat het was met de gijzeling in Assen. Wat er nu met dat om wrikken mis ging weet ik niet maar het stuk pijp schoot los en ik sloeg mijzelf met die pijp recht in mijn gezicht. De klap kwam zo hard aan dat het zwart voor mijn ogen werd. Het nieuws was voorbij en toen ik weer bij mijn positieve kwam, had ik een lip gescheurd en was ik een tand kwijt.
Alleen werken 3
Op een zekere dag moest ik voor Genko een oude generatorset opknappen. Dit was een set waar tevens een lasgenerator is ingebouwd. De gehele motor was gereviseerd en aan de lasgenerator was ook het een en ander gedaan. De fundatie had ik onderhanden genomen en nu was het nog maar een kwestie van in elkaar monteren. Nu was er aan de bedieningszijde van de set een ronde uitsparing waar een of andere weerstand of anker in geplaatst moest worden. Wat het precies voor een ding geweest is weet ik niet meer maar het was een zwaar stuk. De uitsparing zat op borst hoogte. Het anker woog zo’n 20 kg en paste precies in de uitsparing. Met moeite kreeg ik met zo hoog opgetild en liet het anker op zijn plaats glijden. Nu zat er aan de voorkant een rand aan die over het bedieningspaneel heen paste.
Juist daar kwam nu mijn duim tussen. Een stuk van mijn nagel en het topje van mijn duim zat onwrikbaar vast gekneld. Ik kreeg het anker met een hand ook niet meer omhoog. Wat nu gedaan, het bloedde flink, het deed veel pijn en het zweet stond in mijn ogen. Ik had al een paar keer geroepen aan de jongens van Genko maar die hoorde mij niet want daar stond een generatorset aan de proefstand te draaien. Ik had daar al een minuut of vijf gestaan maar het begon me knap te vervelen. Bij de telefoon kon ik niet komen en een ander hoorde mijn niet dus moest ik zelf maar los zien te komen. Op de grond lag een zijkniptang maar ik kon er niet bij. Als ik maar bij die stok kon komen die tegen de muur stond dan kon ik daarmee de tang naar mij toe halen. Met een rolmaat ben ik bezig geweest om de stok te pakken te krijgen wat uiteindelijk gelukte nadat ik, met een hand, een knik in het lint gedrukt had. Daarna was het nog maar een koud kunstje om de tang naar mij toehalen, schoen uit, tang tussen de tenen, omhoog werken en nu knippen. Ik denk dat ik toen eerst nog wel vijf keer geroepen heb maar niemand hoorde mij. Met mijn ogen dicht heb ik nagel en een lap vlees doorgeknipt, en ik was los. Op dat moment gaat de deur open en stapt er iemand van Genko naar binnen om te vragen of hij nog ergens mee kon helpen.
Circus 1
Siem kwam op een dag opgewonden de loods binnen met een of ander blad, de Margriet of Libelle. ‘Kijk jongens,’ riep hij, ‘Voor dit circus moeten wij een generatorset leveren. Het is een nieuw circus dat door de TROS wordt gesponsord en uitgezonden op TV. Het heet Bassie en Adriaan.’ Wij hadden daar al wel eens van gehoord, het kwam al enkele maanden op televisie maar Siem had geen TV dus voor hem was het nog nieuw. ‘Dat is leuk,’ zei Wout, ‘Misschien kom jij dan ook nog eens op TV.’ Dat had hij liever niet want hij was er van overtuigd dat de beeldbuis van de TV ongeveer gelijk stond met het oog van de duivel. We spraken hem hierover dan ook aan: ‘dan moet jij zeker ander werk gaan doen Siem. Jij wilt hieraan toch zeker niet werken. Hij reageerde er niet op en weken later toen er een aanhangwagen werd gebracht door Adriaan was hij de eerste die om vrijkaartjes vroeg. Deze Adriaan had de leiding over het inbouwen van de generatorset in de aanhangwagen, en was een leuke joviale kerel. Dit in tegenstelling tot zijn broer Bassie. De generatorset stond al in de wagen in gebouwd toen er een man de auto in klom en tegen Siem begon te mopperen dat alles zo lang duurde. ‘Kunnen jullie niet wat harder werken en ‘s avonds tot negen uur doorwerken? Dit gaat weken duren’ zei de man eerst tegen Siem en later tegen mij: ‘ik ga wel even Chinees halen om zes uur dan kunnen jullie gewoon doorwerken.’ Wij konden de hele vent niet. ‘Wie ben je eigenlijk?’ vroeg ik verbaast aan hem, ‘Heb jij hier wat te vertellen dan? Ik neem hier anders geen orders aan dan van Hans. ‘Weet je wel wie ik ben’? riep hij, ‘Ik ben Bassie.’ Nu had ik wel eens over een Bassie gehoord maar de vent helemaal niet herkent zonder zijn clownspak en fopneus. ‘Welke Bassie ben je dan’? vroeg ik om hem eens flink te jennen, ‘Ik ken helemaal geen Bassie die hier bij Genko werkt.’ De man begon te springen en dansen van kwaadheid, ‘Ik ben Bassie, Bassie van Adriaan. De mede eigenaar van het circus’.
Gelukkig voor hem kwam op dat moment zijn broer de wagen binnen en deze vroeg Bassie om iets uit de truck te pakken. ‘Ja jongens, ‘zei Adriaan, ‘Het is een beetje sneu voor mijn broer want iedereen herkent mij maar hij wordt zonder zijn clownspak niet herkend.’ Nadat de wagen afgeleverd was werd er door de TROS 12 vrijkaartjes opgestuurd voor een voorstelling in Dordrecht. Siem is niet mee geweest naar de voorstelling, er werden opnamen gemaakt voor de televisie
Circus 2
Genko had nog een klant die een circus had. De stroomvoorziening was door Genko al eens opgeknapt en voor het ijzerwerk had Hans ons aanbevolen. Alles wat we voor deze man deden was te duur. We hadden de middenmast van de tent al eens opgeknapt voor de man en het heeft maanden geduurd voordat de centen binnenwaren. We zaten dus ook niet te springen op een klus van deze man. Toch kwam hij weer met een tekening voor een tribune. ‘Ik heb weer wat geld over gehouden,’ vertelde hij, ‘En nu wil ik een nieuwe tribune laten maken door jullie. Ik heb gehoord van diverse mensen dat jullie de berekeningen voor deze tribune ook kunnen maken.’
Dat we wel konden rekenen hebben we niet ontkent maar een berekening maken van een tribune welke niet te zwaar mocht worden en bovendien demontabel moest zijn, daar hadden we geen kaas van gegeten en dat zeiden we dan ook. ‘Dat is helemaal geen probleem dan laat ik wel een berekening door een ingenieursbureau maken.’ We dachten dat hiermee de kous af was maar na enkele maanden kwam hij met een kladblaadje met daarop wat maten en afmetingen van profielen. ‘Als je alles maakt van koker 50x25x2 mm is het zwaar genoeg.’ vertelde hij. En na wat heen en weer gepraat over sterkteberekeningen en ingenieur bureaus vertrok hij weer. ‘Jij geloof toch zeker niet dat hier een ingenieursbureau bij te pas is geweest?’ zei Leen, ‘Hij bekijkt het maar, we geven hem een prijs op waar die steil van achterover slaat, dan komt hij er niet meer op terug. Morgen bel ik hem een prijs door gebaseerd op kokers van 100x100x10 mm.’
En inderdaad hij was achterover geslagen. ‘Zijn jullie nu helemaal besodemieterd. Ik vroeg niet om een heel nieuw circus, voor een derde van de prijs kan ik het laten maken door een stel Grieken in de Rotterdamse haven.’ Dat moest hij dan maar laten doen. We waren zo met ere van de man af. ‘Hier zien jullie mij nooit weer, ik laat mij niet afzetten!’ Maanden later hoorden we via Genko hoe het afgelopen was met de tribune. Inderdaad had hij de tribune laten maken door een stel zwart werkers in de haven. Het resultaat was wel dat bij de eerste voorstelling de opening bijna op een ramp uitdraaide.
Vader Abraham was uitgenodigd om de tent aan de gang te krijgen. Een driehonderd dames van de plaatselijke vrouwenbond waren aanwezig en al spoedig stond de tent op zijn kop. Het ging van: ‘Van je hela, hela holala’ en ‘het geeft allemaal niks want wie hold van elkaar’. De dames haakte elkaar in en bij de populaire deun: ‘Van voor naar achter, van links naar re-hechts’, schaarde de hele tribune als een kaartenhuis in elkaar.
Gelukkig is het bij een mededeling van het ANP-radio nieuwsdienst en wat schaafwonden gebleven.
De verhuizing.
Ik ben niet zo goed in het onthouden van data maar ik denk dat we zo’n anderhalf jaar in de Leemansstraat hebben gewerkt. De directie was al een paar maanden druk opzoek naar een nieuwe locatie. Uiteindelijk viel de keus op de Blikstraat. Leen van de Linden en Wout Bunt waren daar wel bekend. Zijn hadden daar in de tijd van Damen gewerkt. We moesten eerst nog enkele bovenloop kranen maken want op 1 stuks na had de vorige eigenaar deze meegenomen naar zijn nieuwe locatie.
Na enkele weken van hard werken kon er dan ook verhuisd worden. Dit hebben we voor het grootste gedeelte zelf gedaan, 1 keer heeft er een vrachtauto gereden met de draaibank en ander grotere machines maar alle kleinere spullen reden we zelf naar de nieuwe locatie. Toen we voor de laatste keer wat op wilde gaan halen in Sliedrecht riep Wout: ‘even wachten Leen, ik moet nog even wat pakken.’ Hij kwam met nog iets aanlopen en stapte in, sloot het portier, en we vertrokken nog een maal naar Sliedrecht. We waren nog niet halverwege Hardinxveld en Sliedrecht op de A15 of er begonnen diverse auto’s te toeteren en dwongen ons te stoppen op de vluchtstrook. Er waren vier auto’s achter ons gestopt. Verbaasd stapte ik uit en vroeg wat er aan de hand was. Nou, kom maar eens kijken’, riep er een. Onder de grill en aan de zijkant onder het portier zaten allemaal krassen en deuken. ‘Wat hebben wij hiermee te maken?’, vroeg ik. Boos antwoordde de chauffeur van de meest beschadigde auto: ‘er lag een kilometer terug een blikken jerrycan op de weg waar we overheen gereden zijn.’ Ik had geen jerrycan gezien en zei dat ook tegen de boze automobilist. ‘We zijn aan het verhuizen en gaan spullen ophalen dus stond er niets in de aanhangwagen.’ Ik stapte weer in en reed weg.
‘Stomme lui, die mensen’ foeterde ik tegen Wout die al die tijd in de auto was blijven zitten. ‘Laten ze eerst even goed kijken voordat ze iemand van iets beschuldigen’. Toen kwam de welbekende aap uit de mouw. Wout had nog een jerrycan wezen halen en deze los in de kar gegooid die moest nog mee want bij Genko hadden ze thinner en hij moest die zomer zijn huis schilderen en dacht, eerst nog even wat thinner meenemen dat scheelt weer in de kosten. Zo vertrokken we uit Sliedrecht, zonder thinner voor Wout, en met een beetje weemoed namen we afscheid van het personeel van Genko
De Leemansstraat
In de begintijd van Discom werkte we in een loods op het industrieterrein Nijverwaard. Een loods van zo ongeveer 20x30 meter. De vloer bestond uit tegels die om de 4 maanden opnieuw gelegd dienden te worden omdat het zand daar zo hard zakte dat je bijna een been zou breken als je niet uitkeek. Nu we het hebben over verzakken, het zakte daar zo erg dat het kantoortje wat daar was, boven bij het plafond ongeveer 30 centimeter los gekomen was van de buitenmuur. Het kantoor en de kantine waren boven en daaronder was het magazijn, de wc en een wasplaats. Tenminste, de eerste tijd. We hebben daar eens een brandje gehad waarna de kantine naar beneden is verhuisd en het magazijn verloren ging. Hoe dat kwam zal ik je vertellen.
Naast Discom was toen Genko ook pas gestart met werkzaamheden en daar werkte ook nog maar 1 man zodat we elkaar hielpen met mankracht en gereedschap. Discom had een laskar en een branderset terwijl Genko alles had op het gebied van sleutels en ander handgereedschap.
Op een dag vroeg Hans, van Genko, aan Wout Bunt en mij of we bij hem niet wat ijzerwerk konden doen. Wij dus met brandkar en laskar bij Genko aan het werk. Dit was nog in de tijd dat we tussen de middag thuis gingen eten. Om 12 uur gingen we terug naar Discom om handen te wassen en terwijl we onze overall uittrokken rook Wout een brandluchtje. ‘Joh ‘ zei die, ‘Weet jij waar die rot lucht vandaan komt? Het lijkt wel of er iets in de fik staat!’ Dat bleek hij zelf te zijn, er schroeide een lap, die in zijn zak zat. Hij kneep zo’n beetje in die lap en dacht dat die uit was.
Maar toen we een uur later terug kwamen stond wel de hele loods vol met rook. De buurman was reeds met emmers water aan het blussen geslagen en met onze hulp was het vuur zo bedwongen. Het vuur had gewoed in het magazijn en de hele zolder was zwart geblakerd. Het elektra was compleet verbrand zodat we zonder stroom zaten. Maar met een buurman die aggregaten verhuurd was dit zo verholpen. Toen we na een uur weer aan het werk wilden gaan was Wout zijn overall kwijt. Hij had al op verschillende plaatsen gezocht maar kon het ding niet meer vinden. Pas nadat hij in de ruďne, van wat eens het magazijn was geweest, gekeken had wist hij ook direct de oorzaak van de brand. Onder een spijker in de muur lag een kraspen, centerpons en wat losse guldens. De restanten van wat er in zijn overall hadden gezeten. De lap was niet helemaal uit geweest. Tjonge wat stond die gozer beteuterd te kijken.
De brand heeft zeker gevolgen gehad. Doordat de bekabeling verbrand was zaten we in de wasruimte en de wc zonder stroom. In de wasruimte was dat niet zo’n probleem, daar was nog een raam. Maar in de wc was het pikkedonker. En omdat je in het donker niet zo goed kan sturen ging er nog wel eens wat naast de pot. Binnen de kortste tijd was het daar dan ook een smeerboel van jewelste. Opruimen moest jezelf doen en daar ontbrak het nog wel eens aan. Op een gegeven moment moest Siem, van Genko, nodig met de broek af. Maar of hij nu bang was in het donker of omdat hij de knopen van zijn broek niet kon vinden, dat weet ik niet. Siem ging eerst een kaars halen bij hen in de loods en deze smolt hij vast op de wc-rol houder. Het was wel gezellig vertoeven bij kaarslicht in de wc maar de kaars roette verschrikkelijk langs de witte muur. Op deze sanitaire voorziening kom ik later nog terug.
Koffie
Na de brand durfde we niet meer boven in de kantine te komen. De vloer was half verbrand en deze kraakte aan alle kanten zodat we beneden een in een ‘kantoortje’ een plekje ingericht hadden om onze boterham te eten. Hier is een van de grootste mysteries van Discom opgelost.
Wat was het geval. Als Wout koffie had gezet, iets wat we om de beurt deden, dan smaakte de koffie prima. Maar als ik koffie had gezet was deze niet te drinken. Wout schold: ‘Man, wat is er met die koffie? Toen we nog boven zaten kon je wel goede koffie zetten en nu niet’ ‘Ik wist het ook niet, koffiezetapparaat en koffiemerk waren hetzelfde gebleven alleen moesten we nu met het hele apparaat water in het washok halen. Het enigste verschil wat we, na weken, konden ontdekken was, dat ik het koffiezetapparaat op de tafel neer zette en Wout in het raamkozijn. Het kon toch niet zo zijn dat een verschillend stopcontact de smaak van koffie kon beďnvloeden. We probeerden het als volgt uit, Wout zette het apparaat op de tafel en ik in het kozijn.
Het werkte, Wout zijn koffie was niet te drinken. Dus toch verschil van stroom? Aardstralen misschien? Nee, de oplossing is eenvoudiger. Als ik het apparaat op de tafel aangezet had gooide ik de deur achter me dicht en ging nog een kwartier werken voordat we gingen koffiedrinken. Als Wout het apparaat in het raamkozijn had aangezet kon de deur niet dicht omdat de stekker in een stopcontact buiten het kantoortje zat. Ik had toch verteld dat de muren zo’n 30 cm uit het lood stonden omdat het daar zo verzakte. Heel de deurstijl stond los in de muur en deze muur was op enkele plaatsen ook gescheurd. Doordat ik de deur achter mij dicht gooide liep er, door de klap van de deur, uit een scheur in de muur stof, kalk, roet en andere rotzooi, precies in de koffiefilter. Als die drab een kwartier staat te pruttelen hoef je maar 1 slok te nemen en dan geef je Wout gelijk dat hij na een paar weken mij verbood om koffie te zetten.
We hebben uiteindelijk een plaatje ijzer boven het apparaat gemaakt omdat de deur ‘s winter toch dicht moest.
Verwarming
We hadden daar in die loods `s winters maar weinig verwarming. Het gebeurde als het vroor dat de boorolie in de zaagmachine bevroor. We hebben daar wat kou geleden. Tussen de middag maakte we soep warm op een gasstel in de ‘kantine’ zodat we van dat gasstel nog wat warmte hadden. We hadden in de loods een oliekachel. Deze durfden we ‘s nachts niet laten branden omdat hij nog wel eens stond te roeten.
Een keer hebben we het aan gedurfd, ze gaven -15 C op. We hadden een pijp aangelegd naar het washok zodat de waterleiding niet zou kunnen bevriezen. Nou, dat hebben we geweten, Alles zwart ‘s morgens en de waterleiding helemaal bevroren. Je kon de troep nog niet opruimen ook want we hadden geen water.
Siem van Genko wist daar wel raad op. Hij maakte een apparaatje dat hij aansloot op het stopcontact en om de waterleiding heen plakte. Inderdaad werkte het, binnen het uur was de waterleiding ontdooid. Je hoorde de GEB meter zoemen. Wat hij nu precies gemaakt had weet ik niet maar het was een soort kortsluiting. Na zo’n anderhalf uur was al het soldeertin tussen de koppelingen uit gedropen. Weer geen water en nu ook geen leiding. Gelukkig is het weer al gauw daarna omgeslagen en is het gaan dooien.
Buren
De sneeuw smolt weer gauw uit de hoek van de loods weg en zo kon ook de achterdeur weer open. Deze had heel de vorstperiode dicht gevroren gezeten. Achterom bij die loods hadden we ook nog een stuk braakliggende grond. Je kon daar van alles tegenkomen. De vorige eigenaar had dat gebruikt als afvalplaats. Op een gegeven moment was Siem van de buren daar in de pauze wat aan het rondstruinen. Hij kwam ons roepen: ‘jongens komen jullie eens gauw, ik heb een konijn gevangen. Help even om dat beest in mijn jas te rollen.’ Dat hebben we geweten. Ondanks dat het hartje winter was zat dat beest onder de vlooien. Dagen later liepen de krengen nog over de tafel in de kantine. Hij is met het konijn naar huis gegaan maar of dat hij ermee thuis gekomen is betwijfel ik, hij kan nooit Hendrik Ido Ambacht gehaald hebben met zoveel beesten in de auto.
We werkten in die tijd veel voor Genko. We monteerden kastsetjes voor hun en grote generatorsets. Zodoende hadden we veel contact met de mensen die daar werkten.
Siem was de eerste die daar in dienst kwam. Ook een jonge gozer die niet te beroerd was om eens over te werken. In dat begin tijd was het ‘normaal’ om, op de vrijdagavond na, ‘s avonds tot 10 uur over te werken. Nu moet ik wel erbij vermelden dat er in die tijd veel controle was wat betreft arbeidstijden.
Op een zeker avond waren wij met een man of 4 aan het werk om een bovenloopkraan te maken voor een klant uit Groot-Ammers. Genko zou voor ons het elektrische gedeelte voor hun rekening nemen en Siem was daar ‘s avond hard voor aan het werk bij hen in de loods. Met die klant was er een datum overeengekomen wanneer deze kraan opgeleverd zou worden. Hij had ‘s morgens nog gebeld en gevraagd: ‘klopt het dat de kraan volgende week wordt afgeleverd?’ Wout beloofde dat maar de klant vertrouwde dat toch niet helemaal want diezelfde avond om 9 uur stond de man voor de deur en stelde zich voor als inspecteur van de Arbeidsinspectie. Wout en ik konden hem wel maar hielden onze mond tegenover Siem, die was op dat moment ook aanwezig om koffie bij ons te drinken. Toen de man aan hem vroeg hoeveel uren dat hij al in touw was, gaf hij de man als antwoord: ‘ik werk hier helemaal niet ik kom hier toevallig even langs lopen en krijg van deze jongens een kopje koffie aan geboden.’ Zelf had hij niet in de gaten dat hij een pet op had met levensgroot daarop GENKO. In die tijd was de mobiele telefoon nog niet algemeen en de man vroeg aan Wout of hij niet even mocht gebruik maken van de telefoon. Toen Siem de man aan de telefoon hoorde zeggen: ‘Oké, agent dan wacht ik hier totdat de surveillancewagen hier is,’ schrok hij zo erg dat hij met een grote sprong bij de achterdeur was, deze opensmeet en op het braakliggende terrein tussen de konijnen verdween. We hebben hem daar een uur laten zitten voordat we hem waarschuwde dat de kust veilig was.
Enkele weken daarna hebben we de kraan afgeleverd in Groot-Ammers en heeft Siem alsnog kennis gemaakt met de klant, immers Genko zou de kraan elektrisch aan sluiten en in bedrijf stellen.
Op karwei in Groot-Ammers.
In die tijd kwam Leen van de Linden ook fulltime bij Discom werken. Samen zouden we de kraan opbouwen. Ik werd met de aanhanger op pad gestuurd om de takel van de kraan af te gaan leveren. Die takel woog zo’n 2 ton. Ik had de hele breedte van de provinciale weg nodig om de Kadett met aanhanger in bedwang te houden. Tot overmaat van ramp kreeg ik een klapband en kwam met aanhanger en al in de berm terecht. Gelukkig kwam er een vrachtwagen van Aggreko voorbij en de chauffeur, heeft de takel met aanhanger en al afgeleverd bij de klant. Dat was mijn eerste ervaring met een aanhangwagen.
We werkten onderlangs de dijk op het industrieterrein Gelkenes. Regelmatig kwamen er mensen vanuit de buurt een praatje maken. Leen en ik waren op een morgen daar ook bezig toen er een man een praatje kwam maken.
Ik zeg nu wel, een praatje, maar wat een taal dat deze man soms uitkraamde, verschrikkelijk. Hij vertelde bijvoorbeeld dat hij ‘s morgens was wezen vissen in de Lek maar tussen iedere twee zinnen door, vloekte hij wel vier maal en een schuttingtaal dat de man gebruikte, hij wist meer woorden uit de seksuele encyclopedie dan de taaldeskundige van de NVSH zelf. Probeer daar maar eens een gesprek mee te voeren. Leen en ik durfden elkaar niet aan te kijken tijdens zo’n praatje. En iedere keer kwam de man terug en de onderwerpen waar hij het over had waren beslist serieus. Maar het taalgebruik. Hilariteit als we hem aan zagen komen Het ging ongeveer zo: ‘die takel die jullie gebruiken, tering, kloten, is die van, tering, verdomme, Franse of Nederlandse makelij?’ En dan sla ik de schuttingtaal nog over.
Jaren later werd het ons duidelijk. Toen er op de televisie, bij Sonja Barend, een programma werd uitgezonden die ging over mensen die op dezelfde manier converseren.
Deze mensen lijden aan de ziekte van La Touret.
Zo zie je maar weer, we dachten dat die man ze niet allemaal op een rijtje had.
Het was ook daar dat op een mooie zomermiddag, terwijl we boven in de kraan aan het werk waren, er een hevig onweer los barstte. We waren met z’n tweeën aan het werk. Wim wilde het werk afmaken maar ik durfde het niet aan. Al een paar keer had ik al tegen hem gezegd: ‘kom naar beneden, het wordt veel te gevaarlijk’. Ik heb toen de gasfles maar dichtgedraaid, want dan moest hij wel naar beneden komen. We zaten in de deuropening van de loods te schuilen voor de regen toen met een enorme knal de bliksem in sloeg in een loods aan de ander kant van de straat. Ruggelings tuimelde we van onze gereedschapskisten af, en vluchtte naar de verste hoek van de loods.
Nadat we wat bekomen waren van de schrik gingen we eens kijken wat er nu precies gebeurd was. We zagen uit het dak van het bedrijf aan de overkant van de weg wat rook komen. Personeel van een naast gelegen pand had de brandweer al gebeld en vroegen ons om te komen helpen. Het bleek te gaan om een aannemersbedrijf waarvan geen personeel aanwezig was. Nadat met behulp van een koevoet de deur was opengebroken hebben we de administratie en een caravan die daar stond, in veiligheid gebracht. Al snel arriveerde de politie en brandweer en die begonnen de toeschouwers te verwijderen. Ook wij werden achteruit gedrongen maar daar hadden ze toch buiten de waard gerekend. Ik liet mij niet terug sturen. Ik had nog wel meegeholpen spullen in veiligheid te brengen. Per slot van rekening was het niet z’n grote brand. We protesteerden dan ook hevig. We moesten bij ons werk blijven, de deuren stonden nog open. Ook konden we niet weg met de auto’s want de hele weg lag vol met brandslangen. Uiteindelijk hoefde we niet te vertrekken als we op eigen terrein zouden blijven hetgeen we grif beloofden. Na tien minuten begrepen we de paniek van de politie en brandweer. Het bleek dat er in het naast gelegen pand een illegale opslag was van een plaatselijke verffabrikant. Dat is uiteindelijk een brand geweest van jewelste. Gorkum en Dordrecht waren er met hoogwerkers en vanuit de hele omtrek werden korpsen ingezet.
Achteraf denk ik dat de camper van ons daar ook nog zijn steentje als brandweerauto heeft bijgedragen. ‘s Avond om een uur of negen werd brand meester gegeven en men liet de slangen, die over de gehele straat lagen, even leeglopen. De auto’s die in de doodlopende straat stonden konden nu vertrekken. De volgende dag ben ik nog even wezen kijken. Het was zaterdagmorgen en het hele dorp was weer in rep en roer. Ze waren om zes uur met een bulldozer begonnen de ravage op te ruimen en daarbij een deur uit de loods vernielt. Al het bluswater met verfresten erin was met een grote golf uit de ruďne de straat opgelopen en was in de straatkolken gespoeld. Nu was heel het dorp bezig met aanhangwagens, kiepauto’s en boerenwagen om zand aan te voeren om de sloten rondom het industrieterrein te dempen want de riolering bleek niet aangesloten te zijn op de rioolreiniging maar liep uit ergens achter in de weilanden. Ik wist niet dat er in die kleine slootjes daar langs het industrieterrein zoveel vis had gezeten. Honderden doden vissen dreven er en het water was helemaal rood van de verfresten. Hoe ze dat later hebben schoongemaakt weet ik niet maar het moet een hele klus zijn geweest.
Stellendam
Op een zeker dag belde een bedrijf uit Papendrecht ons op en vroeg of dat Discom voor een paar dagen mensen kon uitlenen om pijpleidingen te monteren bij Maaskant in Stellendam. Dat wilden we wel en nog voordat we koffie gedronken hadden gingen Wout en ik op weg om het werk te bekijken. We kregen een kotter toegewezen van zo’n meter of veertig lang, een map tekeningen en een berg met pijpleidingen van een meter of vier hoog. Lang behoefde we niet na te denken, de eerste zes weken waren we onder de pannen. Dat werden weer weken waarbij we ‘s avonds naar de loods moesten om het andere werk klaar te krijgen. En omdat we als overwerkte geen koffie maar limonade of een pilsje dronken als het warm was kwamen we er pas na zes weken erachter dat de koffiepot nog steeds aan stond sinds de ochtend dat we naar Stellendam vertrokken. Het leek wel of dat er asfalt in de koffiepot zat, we hebben het ding dan ook maar gauw weggegooid.
In die tijd dat we daar in Stellendam werkten reed Wout in een Lelijke Eend. We moesten om zeven uur beginnen en reden dan via de oude Spijkenisser brug. Dan had je het minst last van files, maar terug naar huis ging het via de Grevelingendam. Als we moesten tanken deden we dat in Oude Tonge. Daar had je een tankstation die ‘bemand’ werd door alleen maar meiden van rond de twintig jaar. Het was zomer en mini in de mode dus het was daar altijd druk. Zelf tanken was toen nog niet zo algemeen. De meiden tanken en we hadden altijd een vuile voorruit die nodig schoon gemaakt moest worden. Na een aantal weken hier getankt te hebben moest Wout zo nodig bij een ander tankstation gaan tanken, net over de Grevelingendam, in de buurt van Numansdorp. Op mijn vraag waarom we niet meer bij de ‘meidenpomp’ gingen mompelde hij iets vaag over kwaliteit van de benzine en punten. Ik dacht over contactpunten.
Op een middag zei Wout toen we uit Stellendam reden: ‘we moeten nodig tanken anders halen we Sliedrecht niet.’ We kwamen in de buurt van Oude Tonge en ik merkte op: ‘laten we bij de meidenpomp stoppen dan kan ik gelijk shag kopen.’ Maar nee, Wout wilde weer door naar Numansdorp. Tegen de brug over het Haringvliet begon de auto al te haperen en we zagen ons al langs de snelweg lopen met een jerrycan. Op de laatste druppel benzine zijn we de afrit naar de pomp opgereden. Precies voor de pomp sloeg de 2CV af. Helemaal opgelucht omdat we het gehaald hadden werd er getankt en Wout ging naar binnen om af te rekenen. Ik mee voor shag. Wat bleek er nu, Wout tankte daar omdat je daar gratis bierglazen kon krijgen voor een volle spaarkaart. En die middag zou de kaart vol komen en Wout zijn fel begeerde glazen krijgen. De rest van de terugreis heeft Wout gezwegen. De actie was al een dag eerder afgelopen en de glazen waren op.
De arbeidsinspecteur
In de begintijd van Discom kwam er met een vaste regelmaat een controleur van de Arbeidsinspectie in de werkplaats kijken of er veilig gewerkt werd. Op de arbeidsinspectie is niets aan te merken. Ik vind het een dienst die onmisbaar is. Hoeveel gevallen van onveilige situaties zullen ze niet opgespoord hebben en hoeveel ongevallen voorkomen. Maar dat deze dienst nu steeds deze Kees naar ons moest sturen is mij niet duidelijk. Verschrikkelijk, wat een moeilijk mens werd dat. Met nadruk zeg ik moeilijk werd hij. In het begin was deze Kees een man die je op de fouten in de werkplaats wees: ‘je moet de rommel in de loods eens opruimen, vandaag of morgen breek er iemand hier nog een been’. Daar kon ik dan niets tegen in brengen, het was er een puinhoop zo af en toe. Als we de boel dan weer schoon gemaakt hadden bleek hij altijd weer wat anders gevonden te hebben. ‘De klepjes op de stopcontacten ontbreken, verlengsnoeren mogen geen slijtplekken vertonen, de pennen van de stekkers zijn scheef’. Altijd kon hij wel weer iets vinden waarop of aanmerkingen over te maken waren.
Nadat we zo een aantal maanden bezig waren geweest met reparaties van elektra zagen we toch dat er verbetering kwam in de loods, je werkte prettiger, alles was heel en schoon. Nogmaals, deze Kees was geen verkeerde vent, je kon van hem wat leren over veiligheid. Je kon hem goed aan de praat houden door hem allerlei vragen te stellen over veiligheid. Maar nadat hij bij ons gezien had dat we er serieus werk van maakten, ging hij zijn werkterrein verleggen. Hij ging op zoek naar een andere onveilige werkplaats. Die had hij snel gevonden. De buurman van Discom, was aan de beurt. Binnen de kortste keren was de man overspannen. Had hij bij Discom het personeel langzamerhand meegekregen in het veilig werken, bij de buren kreeg hij geen poot aan de grond. Alles wat Kees voorstelde deugde niet, kostte geld en tijd, kortom Kees kwam iedere keer dat hij bij de buren vandaan kwam zijn nood klagen bij ons.
‘Wat is dat hiernaast voor een bedrijf?’ vroeg hij op een keer toen we in de kantine aan de koffie zaten. ‘Och’, zei ik er in een dolle bui prompt overheen ‘Ze zijn hun zaak begonnen in de Middeleeuwen en zijn nog niet toe aan jou industriële revolutie’. Dit viel niet in goede aarde en toen een collega nog opmerkte dat we geen tijd hadden voor veiligheidssmoesjes en weer aan het werk moesten omdat we anders die avond weer moesten overwerken, viel hij uit: ‘laat dan maar eens jullie overwerk vergunning zien’. ‘Die hebben wij niet nodig,’ zei Wim ‘Wij zijn een scheepsreparatiebedrijf die kunnen 24 uur per dag opgeroepen worden’. ‘Oké,’ zei Kees ‘Dan ga ik nu eerst eens kijken of dat ik nog wat kan vinden wat niet deugt in de werkplaats’. Hadden we Kees maar nu niet zo uitgelachen met zijn beslommeringen bij de buren, hij was opeens een heel andere kerel geworden. Om de veertien dagen kwam hij nu langs en na eerst bij de buren geweest te zijn kwam hij daarna bij ons.
Op een vrijdagmiddag, het was om een uur of vier, was hij klaar in de werkplaats en had eigenlijk niets kunnen ontdekken om opmerkingen over te maken zei hij: ‘hebben jullie eigenlijk wel sanitaire voorzieningen. Nu had ik net een uur voor die tijd de wasbak opgeruimd. Deze wasbak was in het washok met het kantoortje en kantine helemaal scheef gezakt en zodoende bleef er altijd aan de ene kant zo’n 5 cm water staan. Dus met een gerust hart trok ik de deur open van de wasplaats. ‘Kijk eens Kees, ziet dit er nu niet netjes uit?’ Hij knikte instemmend en net toen ik dacht dat Kees weer een beetje toegeeflijker werd trok hij de deur open naar het toilet.
Dit had hij beter niet kunnen doen. Hier heeft hij weken last van gehad. Dit was een grote, gore smeerboel. Ik had al eerder vermeld dat Siem een kaars in de WC had geplaatst omdat de elektrische bekabeling verbrand was. Deze kaars had langs de muur staan roeten. En in de schemer werd er nog wel eens naast de pot gepiest en met een beetje modder aan je schoenen knapt het daar echt niet op. Hier en daar lag ook nog een verdwaald velletje toiletpapier en een lege rol. Met een klap gooide Kees de deur dicht, en riep kwaad: ‘zulke goorlappen ben ik op de hele Nijverwaard nog niet tegen gekomen. Volgende week moet het in orde zijn anders sluit ik de hele tent’.
Een week later was ik even een paar straten verderop een plaat ijzer wezen knippen, we hadden zelf nog geen knipschaar, toen Kees gearriveerd was maar er niemand aantrof. Ik was alleen aan het werk geweest, Wout en Wim waren op karwei in Hardinxveld. Met het plaatje ijzer onder mijn arm kwam ik eraan gewandeld. Het was midden in de zomer en naast Discom was er een zaak gevestigd die reclameborden maakte. Een van de werknemers was met dat mooie weer buiten aan het werk getogen en stond met een verfspuit een bord groen te spuiten. ‘Joh’ zei ik tegen hem, ‘Die beige Mercedes die hier staat wordt ook groen’. Hij lachte wat en zei ‘Ik heb, nog voordat ik mijn verfspuit opgezocht had, tegen de bestuurder gezegd dat hij beter de auto ergens anders kon zetten maar hij wilde niet luisteren, dus moet die het zelf maar weten’.
Nou hij heeft het geweten. Toen ik de hoek van de loods om kwam zag ik Kees staan. ‘Goedemiddag Kees’ zei ik vriendelijk, ‘Lekker weertje om vandaag eens een inspectie uit te voeren bij Discom’. Hij bromde: ‘als het niet wezenlijk beter wordt moet je maar je directeur inlichten dat het hier binnenkort afgelopen is’. Ik had die middag maar een vraag voor hem: ‘Kees is die beige Mercedes van jouw die hier om de hoek groen gespoten wordt?’ Hij knipperde even met z’n ogen, begon helemaal te beven, trok wit weg en met een gil die door merg en been ging vloog hij de hoek om. Sinds die tijd hebben we geen controle meer gehad maar Kees heeft wel de basis gelegd voor veilig werken.
Vertegenwoordigers
Als ik het mij goed herinner was de eerste vertegenwoordiger, die op uitnodiging van Discom, in de loods kwam een zekere meneer Nijs. Hij vertegenwoordigde een zaak uit Dordrecht dat gereedschap en bevestigingsmaterialen verkocht. Met Nijs was een afspraak gemaakt dat hij de materialen die op diverse stellingen lagen aan te vullen zodat we daar geen omkijken naar hadden. Dit werkte tot volle tevredenheid van beide kanten. Een maal in de week of veertien dagen kwam hij langs met zijn auto en werden de rekken weer gevuld. Op een zekere dag kwam Nijs weer langs en zie: ‘jongens, dit is de laatste keer dat ik langs kom met bouten en moeren.’ ‘Waarom dan’, vroeg Wout, ‘Heb je een andere werkgever gevonden?’
Dat was niet het geval maar hun bedrijf werd groter en had een eigen besteldienst gekregen zodat Nijs niet meer de goederen kwam afleveren. Vol trots vertelde hij dat er voor hem een nieuwe auto was besteld die speciaal ingericht was voor het bezoeken van bedrijven. Inderdaad, 2 weken later kwam hij met een nieuwe bestelwagen het terrein op rijden. Alles blonk in de zon, in die tijd had je nog bumpers van chroom en toen Nijs was uitgestapt en een paar spatten van de bumper had weggeveegd, nodigde hij ons uit om eens achter in de auto te kijken. ‘Jullie zijn de eerste klant die de auto te zien krijgen. Kijk eens het lijkt wel een kantoor in mijn auto. Ik heb er heel wat uurtje van mijn tijd in zitten’ Het was een lust om te zien, alle ordners stonden netje in vakjes opgeborgen en Nijs vertelde dat hij nu alle informatie bij hem had die de klant maar aan hem kon vragen.
Wat voor merk of type de auto was dat weet ik niet meer maar het was een juweeltje om te zien. ‘Ik moet nu gaan’ zei Nijs, ‘Er zullen nog wel meer klanten mijn nieuwe auto willen bewonderen’. Hij stapte in z’n auto en met flink wat gas erbij schoot de auto achter uit het terrein af. Tenminste, helemaal van het terrein af kwam hij niet. Met een enorme dreun klapte de auto op een lantaarnpaal. Deze verdween tot aan de ordners in zijn ‘kantoortje’. Een maand lang hebben we hem niet gezien, toen kwam hij weer maar zijn ‘kantoor’ is nooit meer geworden als het geweest was.
De weg kwijt
Het was op een mooie zomerse dag we, aan de overkant van de straat in het gras, koffie zaten te drinken er een mooie nieuwe Mercedes stopte. Een jongeman van een jaar of 25 stapte uit en kwam op ons toegelopen. Duidelijk een vertegenwoordiger. ‘Weten jullie mij te vertellen hoe ik bij Genko kan komen’? vroeg hij. Het werd even stil, we zaten recht tegenover de loods van Genko. Een reclamezuil, van z’n meter of vijf, verrees achter de man omhoog. Hoe dat Siem, die ook bij ons koffie zat te drinken, zo snel van zijn verbazing was bekomen dat weet ik nu nog niet maar hij begon de man uit te leggen hoe hij moest rijden.
Met stijgende verbazing hoorde wij het aan. ‘Eerst keren, dan aan het einde van de straat rechts, 1e straat rechts, kruisig oversteken, einde van de straat links, 1e links, volgende splitsing links, doorrijden over de kruising en daar voorbij 1e rechts. Daar zul je wel een paar kerels zien zitten met een blauwe overall aan met daarop de naam Genko op hun rug. ‘t Is lunchtijd dus zullen ze wel buiten zitten eten.’ Nadat de man de routebeschrijving een keer of zes had herhaald en aantekeningen had gemaakt stapte hij in zijn Mercedes en vertrok. Wij proestten het uit. ‘Siem hoe kom je er zo snel op, waar heb je die man in vredesnaam naar toe gestuurd?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Naar Genko, let maar op, als hij het goed onthouden heeft komt hij er zo weer aan. Ik verwacht een vertegenwoordiger van filtertechniek. Misschien was hij dat wel.’
En inderdaad na 5 minuten kwam de Mercedes weer de bocht om. De jongens van Genko draaiden zich met de rug naar de auto toe, daarop stond met grootte letters GENKO te lezen. Het portier werd open gegooid, de man vloog naar buiten en brieste: ‘wat zijn dit voor rot geintjes? Weten jullie wel wat ik per uur kost? Als ik op de weg zit moet je wel op FL 100, - per uur rekenen.’ Met een stalen gezicht antwoordde Siem: ‘je hebt ons vieren een kwartier aan de praat gehouden met je gevraag over de weg naar Genko, dat kost je 1 uur van FL 125, Kunnen we direct afrekenen of geef je straks korting op je filters?’
Of dat hij de korting gekregen heeft weet ik niet meer maar jaren later toen we op de Baanhoek filters nodig hadden voor Aggreko containers heb ik de man nog eens ontmoet. Ik herkende hem eerst niet. We raakte in gesprek over de relatie Genko en Aggreko en hij wist te vertellen dat Genko vroeger in de Leemansstraat gevestigd geweest was. Toen wist ik het opeens weer en vroeg hem: ‘weet je hoe je moet rijden om bij Genko te komen nu ze verhuisd zijn met de zaak? Het kost je wel FL 125, - per uur als ik je de route via het industrieterrein moet uitleggen.’ Mij herkende hij eerst niet meer maar na een poosje begon het hem toch weer te dagen en we hebben er nog flink om gelachen.
Het eerste bedrijf